U bent hier:Home Onderwerpen Volwassenen in detentie Zorg en begeleiding
Tijdens het verblijf in een gevangenis is het mogelijk deel te nemen aan een dagprogramma, is er medische zorg en zijn er speciale programma's om te volgen.
Penitentiair Inrichtingswerkers (PIW’ers) zijn het eerste aanspreekpunt voor gedetineerden. Zij zijn verantwoordelijk voor de dagelijkse begeleiding en zorg van gedetineerden en verlenen waar nodig zorg. Verder zorgen zij ervoor dat de regels worden nageleefd en treden zij op bij agressief gedrag en crisissituaties.
Complexbeveiligers zorgen voor de bewaking en beveiliging van de personen in de inrichting. Zij voeren de toegangscontroles en bagagechecks uit, beheren sleutels en communicatiemiddelen en volgen de bewegingen binnen de inrichtingen met een gesloten cameracircuit.
Tijdens het verblijf in een Huis van Bewaring of gevangenis nemen gedetineerden deel aan een dagprogramma. Het basisprogramma bevat een aantal door de Penitentiaire Beginselenwet verplichte activiteiten, zoals recreatie, luchten, bezoek, sport, deelname aan aangeboden arbeid, gebruik van bibliotheek en het recht op geestelijke en medische verzorging. De tijden buiten het dagprogramma brengt een gedetineerde in beginsel door op cel.
Gedetineerden krijgen elke dag gezond te eten en drinken. In sommige inrichtingen wordt door gedetineerden zelf gekookt. In veel gevangenissen wordt een voedselpakket op cel uitgereikt. Zo’n pakket bevat bijvoorbeeld 200 gram (bruin)brood, 250 ml/houdbare melk, 2 stuks fruit (150 gram) per dag. De hoeveelheden voedsel zijn vastgesteld op basis van adviezen van voedingsdeskundigen. Voedsel dat overblijft wordt, volgens geldende hygiëneregels, weggegooid.
In het gevangeniswezen van DJI staat de persoonlijke ontwikkeling van gedetineerden steeds meer centraal. Daarom krijgen ze een persoonsgericht programma. Het basisdagprogramma breidt zich uit met activiteiten die gericht zijn op een succesvolle terugkeer van de gedetineerde in de maatschappij.
Veel gedetineerden hebben nooit een diploma behaald. Onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk om in de gevangenis een beroepsopleiding te volgen. De gedetineerde moet dan wel gemotiveerd zijn en lang genoeg vastzitten om de opleiding af te kunnen maken. Met een diploma op zak is de kans op werk na detentie groter.
Gedetineerden hebben recht op arbeid in de gevangenis (indien er voldoende aanbod is). Daarmee verdienen ze een klein bedrag in de gevangenis waarmee ze de kosten voor bijvoorbeeld rookwaar, het huren van een televisie of een koelkast kunnen voldoen.
In Nederland heeft ieder mens recht op gezondheidszorg. Dat geldt ook voor burgers waarvan de vrijheid is ontnomen of die in hun vrijheid zijn beperkt. Het Gevangeniswezen is voor deze mensen verantwoordelijk en heeft namens de overheid een zorgplicht. Dit betekent dat gedetineerden binnen inrichtingen adequate en voldoende gezondheidszorg ontvangen. Elke gedetineerde heeft toegang tot medische zorg (lichamelijk en geestelijk), die qua kwaliteit gelijkwaardig is aan de gezondheidszorg in de vrije maatschappij. Wel moet bij het verlenen van medische zorg rekening worden gehouden met de bijzondere situatie van vrijheidsbeneming. Dit levert natuurlijk beperkingen op hoe, waar en wanneer gedetineerden medische zorg kunnen ondergaan.
Er zijn altijd gedetineerden die extra zorg nodig hebben. De mate van zorg die een gedetineerde krijgt is afhankelijk van zijn of haar situatie. Binnen de inrichtingen van het Gevangeniswezen zijn daarom speciale voorzieningen om psychische of medische zorg op maat te kunnen bieden.
Extra Zorg Voorziening
De afdeling Extra Zorg Voorziening (EZV) is er voor gedetineerden die zich niet kunnen handhaven in het reguliere regime, bijvoorbeeld omdat ze lichamelijke en/of geestelijke problemen hebben. In kleinere groepen krijgen deze gedetineerden meer structuur en bescherming. Deze veilige omgeving biedt bovendien mogelijkheden voor observatie om diagnoses te kunnen stellen. Op de EZV worden gedetineerden gemotiveerd voor behandeling, zorg en activiteiten.
Penitentiair Psychiatrisch Centrum
De gedetineerden patiënten die binnenkomen bij een Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) kennen 2 criteria: ‘gedetineerd’ en ‘psychiatrisch ziektebeeld’. Dit betekent dat de gedetineerden psychiatrische persoonlijkheidsstoornissen kunnen hebben, verslaafd zijn en/of zwakbegaafd zijn. In de praktijk blijkt dat het bij een meerderheid van de patiënten gaat in een combinatie van stoornissen. Een meerderheid van de patiënten heeft gedragsproblemen, missen sociale inbedding en hebben een forse psychosociale problematiek.
De hoofdtaken van een PPC zijn diagnosticeren, stabiliseren, motiveren, en doorgeleiden. Dit houdt in dat patiënten door diverse therapeutische interventies geholpen kunnen worden. Er is ook meer ruimte voor psycho-educatie en het bespreken van het ziekteproces. Het beveiligingsniveau is conform de gangbare norm binnen detentie, nog steeds een hoog niveau van beveiliging. Er zijn vijf PPC’s in de inrichtingen: in Amsterdam, Den Haag, Maastricht, Vught en Zwolle. Tezamen bieden ze kwalitatief verantwoorde zorg aan ongeveer 700 gedetineerden. Daarnaast beschikt het gevangeniswezen over 300 zorgplaatsen die bij de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) zijn ingekocht voor deze groep gedetineerden. Deze plaatsen bevinden zich in Forensisch Psychiatrische Klinieken, op Forensisch Psychiatrische Afdelingen en in RIBW’s (Regionale Instelling Beschermende Woonvormen).
De kwaliteit van de zorg in de PPC is goed, oordeelde de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) midden 2011. Omdat de PPC’s pas twee jaar bestaan, is de geboden zorg zelfs ‘boven verwachting’, aldus de Inspectie.
Drugsverslaving in detentie
Veel justitiabelen zijn aan drugs verslaafd als zij de inrichting betreden.
Bij binnenkomst krijgen deze binnen 24 uur een intakegesprek met een verpleegkundige, die onder andere informeert naar het drugsgebruik van de justitiabele. Vervolgens bepaalt de arts het te volgen beleid en de eventuele behandeling hiervan. De verslaafde justitiabele krijgt een ‘persoonsgerichte’ aanpak en verblijft op een reguliere afdeling. Alleen de 'zware gevallen', de ernstig gestoorde verslaafden, komen terecht in een penitentiair psychiatrisch centrum (PPC), waarvan er vijf in het hele land zijn. Een aantal anderen kan terecht in de forensische psychiatrie of krijgt overplaatsing naar een verslavingskliniek.
De justitiabele krijgt de mogelijkheid in de inrichting af te kicken van de drugs. Hierbij worden diverse externe verslavingszorginstanties ingeschakeld en gesprekken gevoerd met psychologen en psychiaters. Om te ontwennen aan bepaalde harddrugs kunnen verslaafde justitiabelen een onderhoudsbehandeling krijgen in de vorm van een vastgestelde dosis methadon. Momenteel vormt GHB-verslaving een ernstig probleem. Bij deze vorm van drugs begeleidt de inrichting bij de afbouw hiervan. De verslavingsbehandeling in de inrichting sluit zoveel mogelijk aan bij de behandeling die de justitiabele kreeg vóór de detentieperiode.
Inrichting Stelselmatige Daders
De Inrichting Stelselmatige Daders (ISD) is er om volwassen veelplegers langere tijd uit de samenleving halen voor een intensief re-integratieprogramma. Vrijwel iedere veelpleger is verslaafd en heeft meerdere problemen. Twintig tot vijfentwintig procent heeft een verstandelijke beperking. Om deze mensen goed te laten re-integreren in de samenleving is het belangrijk om uit te gaan van wat een dader wél kan. Zijn problemen en onvermogen mogen niet centraal staan. Samenwerking met zorginstellingen en bijvoorbeeld de schuldhulpverlening is daarbij erg belangrijk. Ook de nazorg krijgt extra aandacht.
Het Gevangeniswezen van DJI biedt gedetineerden de gelegenheid tot geestelijke verzorging, dat wil zeggen het onderhouden van contacten met vertegenwoordigers van denominaties (kerkgenootschappen, religieuze groeperingen) naar keuze.
Er zijn acht erkende Zendende instanties actief binnen het Gevangeniswezen:
De Rooms-Katholieke kerk, de Protestantse Kerken, het Humanistisch Verbond, het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO), de Boeddhistische Unie en de Joodse Gemeenten (waaronder de driedeling van het Nederlands-Israelitisch Kerkgenootschap NIK, het Portugees-Israelitisch Kerkgenootschap en het Nederlands Verbond voor Progressief Jodendom).
Deze instanties zijn via de daartoe aangewezen geestelijke verzorgers verantwoordelijk voor de geestelijke verzorging binnen de justitiële inrichtingen.
Het beïnvloeden van het gedrag van ingeslotenen door gedragsinterventies is één van de pijlers van het Gevangeniswezen, om zo de recidive terug te dringen. Wanneer is vastgesteld welke factoren een rol spelen bij het plegen van delicten, kan invloed uitgeoefend worden op juist díe factoren die te veranderen zijn. Dit zijn de zogenaamde ‘dynamische criminogene factoren’. Het inzetten van (gedrags)interventies heeft tot doel iemands (ongewenste) gedrag positief te beïnvloeden. Een gedragsinterventie bestaat vaak uit een serie trainingen waarbij gedetineerden werken aan specifieke vaardigheden.
In opdracht van de minister van Veiligheid en Justitie werken drie reclasseringsorganisaties, het Gevangeniswezen van DJI en het ministerie samen om het bestaande aanbod van interventiemogelijkheden te verbeteren. Uit onderzoek is gebleken dat verschillende factoren een rol spelen bij het succes van een gedragsinterventie. Met deze factoren wordt daarom goed rekening gehouden bij het ontwikkelen en uitvoeren van (nieuwe) gedragsinterventies. Een onafhankelijke Erkenningscommissie besluit op basis van vastgestelde criteria of een gedragsinterventie het stempel ‘erkend' mag krijgen of niet.
Een overzicht met Erkende Penitentiaire Programma's, inclusief Gedragsinterventies, is te vinden op de pagina Straffen en Maatregelen.