DJI - Maatregel | Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

U bent hier:Home Onderwerpen Vreemdelingen in bewaring  Maatregel

Maatregel

Het is de eigen verantwoordelijkheid van een vreemdeling om te vertrekken als het verblijf in Nederland niet (langer) is toegestaan. Een vreemdeling krijgt na een afwijzing op een verzoek voor een verblijfsvergunning dan ook eerst de gelegenheid om zelfstandig te vertrekken. Gedwongen vertrek is alleen aan de orde als hij zelf geen actie onderneemt voor het noodzakelijke vertrek. De vreemdeling komt dan in vreemdelingenbewaring om te voorkomen dat hij zich aan het toezicht onttrekt en blijft zo beschikbaar voor vertrek.

Vreemdelingenbewaring

Vreemdelingen aan wie geen verblijf in Nederland is toegestaan, kunnen in de vreemdelingenbewaring terechtkomen. Vreemdelingenbewaring wordt alleen toegepast als er gegronde reden is om aan te nemen dat iemand zich zal onttrekken aan de uitzetting en geldt als een ultimum remedium: bij de in bewaring stelling wordt eerst getoets of met een lichter middel kan worden volstaan.. De inbewaringstelling van vreemdelingen maakt handhaving van de vreemdelingenwet mogelijk, zorgt dat de vreemdeling beschikbaar is voor vertrek en voorkomt dat iemand uit het zicht verdwijnt. Het is daarom een essentieel onderdeel van het totale proces van terugkeer.

De landen van de Europese Unie hebben in de zogenaamde ‘Terugkeerrichtlijn’ afspraken gemaakt over het harmoniseren van de terugkeer van illegale immigranten en de vaststelling van normen voor bewaring. Zo is een maximumperiode van bewaring bepaald en waarborgen voor de levensomstandigheden in bewaring, met inbegrip van het recht op medische hulp.

In de Terugkeerrichtlijn staat dat het maximumverblijf in een centrum 6 maanden is. In bijzondere gevallen kan dit worden verlengd tot 18 maanden. De lengte van bewaring is onder meer afhankelijk van de vreemdeling. Door actief mee te werken, kan hij de bewaringsduur aanzienlijk verkorten. Vreemdelingen zitten gemiddeld 70 dagen in bewaring.

Binnen de bestuursrechtelijke vreemdelingenbewaring zijn twee groepen te onderscheiden: 

  • Vreemdelingen die aan de Schengenbuitengrens zijn geweigerd
    Deze vreemdelingen vallen onder artikel 6. Ze bevinden zich ofwel in een procedure om toegang te krijgen, of zijn in afwachting van terugkeer naar land van herkomst.
    Deze vreemdelingen krijgen geen toegang tot Nederland, bijvoorbeeld omdat ze geen paspoort hebben. De toegang is hen geweigerd aan een Schengenbuitengrens, zoals op Schiphol of de Rotterdamse haven. Als het mogelijk is, worden deze mensen door de vervoerder waarmee ze in Nederland zijn gekomen weer mee teruggenomen naar het land van herkomst. Als dat niet (snel genoeg) lukt, komen de vreemdelingen in bewaring in een zogenaamd ‘grenshospitium’. Ook kan het zijn dat de Koninklijke Marechaussee (KMAR) voor een snelle terugkeer naar het land van herkomst zorgt.
  • Vreemdelingen die zijn aangetroffen binnen de grenzen
    Een ander deel van de vreemdelingen wordt aangetroffen binnen de grenzen van het Schengengebied door de politie of de KMAR. Meestal gaat het hierbij om mensen die worden aangetroffen op straat of tijdens controles op illegale arbeid, mensen waarvan de reguliere verblijfsvergunning voor werk, studie, vakantie of gezinsvorming is verlopen of om mensen die asiel hebben aangevraagd maar geen vergunning hebben gekregen. Deze vreemdelingen worden in bewaring gesteld op basis van artikel 59: een maatregel die moet voorkomen dat illegale vreemdelingen - die Nederland moeten verlaten - zich onttrekken aan hun uitzetting. De insluiting van deze vreemdelingen vindt plaats in een van de detentiecentra van de Directie Bijzondere Voorzieningen. Als het om een minderjarige gaat wordt eerst gekeken of hij kan worden ondergebracht bij familieleden of bekenden. Als dit niet het geval is, wordt hij overgebracht naar een justitiële jeugdinrichting.

Naar boven

Strafrechtelijke vreemdelingen (VRIS)

VRIS is de afkorting voor vreemdelingen in de strafrechtketen.Deze vreemdelingen hebben een strafbaar feit gepleegd. Strafrechtelijke vreemdelingen worden centraal gedetineerd op een locatie waar voorzieningen aanwezig zijn om na de straf terugkeer naar het land van herkomst of een ander land (bijvoorbeeld een ander Schengenland in het kader van asiel) te bewerkstelligen. Deze centrale hechtenis vindt al plaats vanaf de gevangenhouding in het detentiecentraum Alphen aan den Rijn. Na oplegging van een straf blijft de ingeslotene in Alphen aan den Rijn als de opgelegde straf korter is dan vier maanden. Langgestraften worden overgeplaatst naar locatie Esserheem van de Penitentiaire Inrichting te Veenhuizen.

Naar boven

Vertrek uitzetting ongewenstverklaring

Iemand kan ongewenst worden verklaard:

  • als iemand niet rechtmatig in Nederland verblijft en bij herhaling een strafbaar feit heeft begaan;
  • indien bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis veroordeling volgt wegens een misdrijf waarop een gevangenisstraf staat van drie of meer jaar;
  • indien er sprake is van gevaar voor de openbare orde en de nationale veiligheid en de persoon geen rechtmatige verblijfstitel heeft;
  • indien een verdrag dat verlangt;
  • in het belang van de internationale betrekkingen van Nederland.
Nadat de persoon de straf heeft uitgezeten, wordt deze vervolgens uitgezet naar het land van herkomst.

Naar boven

Minderjarige vreemdelingen

Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’s) die geen rechtmatig verblijf hebben in Nederland, worden in principe ondergebracht bij familieleden of bekenden of worden zij onder voogdij geplaatst. Alleen als er gevaar dreigt voor onttrekking of als zij onder het strafrecht vallen, worden zij in de justitiële jeugdinrichting De Hunnerberg geplaatst.

Naar boven

Beroep

Vreemdelingen kunnen tegen hun inbewaringstelling in beroep gaan. Dat kunnen ze doen op elk moment van hun detentie bij de Vreemdelingenkamer van de rechtbank. De rechtbank kijkt vervolgens of de maatregel terecht is opgelegd. Er wordt ook onderzocht of er voldoende zicht is op uitzetting uit Nederland. Tegen de uitspraak van de rechtbank kan de vreemdeling in hoger beroep gaan bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Naar boven