U bent hier:Home Onderwerpen Vreemdelingen in bewaring Maatregel
In beginsel is het de eigen verantwoordelijkheid van een vreemdeling om te vertrekken als het niet (langer) is toegestaan in Nederland te verblijven. Een vreemdeling krijgt na een afwijzing op een verzoek voor een verblijfsvergunning dan ook eerst de gelegenheid zelfstandig te vertrekken. Gedwongen vertrek is vervolgens aan de orde als hij zelf geen actie onderneemt voor het noodzakelijke vertrek. De vreemdeling komt dan in vreemdelingenbewaring om te voorkomen dat hij zich aan het toezicht onttrekt.
Illegale vreemdelingen worden in één van de detentiecentra geplaatst door het Bureau Coördinatie Vreemdelingenzaken (BCV) van de Directie Bijzondere Voorzieningen. Daarnaast regelen de medewerkers van BCV onder andere het transport van vreemdelingen die naar de rechtbank moeten. Ook wisselen zij met ketenpartners informatie uit over bijvoorbeeld gegevens rondom het vertrek.
Vreemdelingen aan wie geen verblijf in Nederland is toegestaan, kunnen in de vreemdelingenbewaring terechtkomen. Zij vallen niet onder het strafrecht maar onder het bestuursrecht, namelijk de vreemdelingenwet. Vreemdelingenbewaring is een essentieel onderdeel van het totale proces van terugkeer. De inbewaringstelling van vreemdelingen maakt handhaving van de vreemdelingenwet mogelijk, zorgt dat de vreemdeling beschikbaar is voor vertrek en voorkomt dat iemand uit het zicht verdwijnt.
Binnen de bestuursrechtelijke vreemdelingenbewaring zijn twee groepen te onderscheiden:
Vreemdelingen die aan de grens zijn geweigerd
Dit zijn aan de grens geweigerde vreemdelingen die geen toegang tot Nederland krijgen, bijvoorbeeld omdat ze geen paspoort hebben. De toegang is hun geweigerd aan een Schengenbuitengrens waaronder ook Schiphol valt. De ambtenaar belast met grensbewaking, dit is in de regel de Koninklijke Marechaussee, kan de vreemdelingen dan aanhouden om ongeoorloofd vertrek tegen te gaan.
Vreemdelingen die illegaal verblijven in Nederland
Artikel 59 is een maatregel, die moet voorkomen dat illegale vreemdelingen - die Nederland moeten verlaten - zich onttrekken aan hun uitzetting. Meestal gaat het hierbij om vreemdelingen die geen verblijfsrecht (meer) hebben in Nederland en het land daarom moeten verlaten. Doorgaans treft de politie deze vreemdelingen aan op straat of tijdens controles op illegale arbeid. De insluiting van deze vreemdelingen vindt plaats in een huis van bewaring, een locatie met een ‘regime grenslogies’ of, als het een minderjarige betreft, in een justitiële jeugdinrichting.
VRIS is de afkorting voor vreemdelingen in de strafrechtketen. Deze vreemdelingen hebben een strafbaar feit gepleegd. Strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen met een straf of strafrestant tot vier maanden verblijven in het Detentiecentrum Alphen aan den Rijn. Strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen met een straf van meer dan vier maanden, worden ondergebracht bij de locatie Esserheem van de Penitentiaire Inrichting te Veenhuizen en in Alphen aan den Rijn. De Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) verzorgt in Veenhuizen de voorbereidingen voor de terugkeer.
Iemand kan ongewenst worden verklaard: