Verhalen uit de praktijk

“Momenten van trots moeten we vaker creëren”

Johan Willem de Jong is reclasseringswerker en gedragstrainer. Hij werkt al jaren als trainer in de PI en kent als geen ander het belang van werken aan gedragsverandering en re-integratie tijdens detentie. Een goede samenwerking tussen DJI en de Reclassering is hierbij onmisbaar. Johan Willem was op bezoek bij Justitieel Complex Zaanstad en sprak daar met plaatsvervangend hoofd Detentie & Re-integratie Arnold Mosterd over het belang van trainingen in de PI

Arnold Mosterd
Beeld: ©DJI / DJI

Arnold Mosterd, verantwoordelijk voor de ISD (Inrichting Stelselmatige Daders), blijkt een hartstochtelijk pleitbezorger van het inzetten van (justitiële) interventies, ervaringsdeskundigen en een door hemzelf vervaardigde trainingstool. Positieve aandacht voor de jongens, zoals hij ze betitelt, staat bij hem voorop.

Meer behandelen, minder beheersen

Arnold is van mening dat te vaak de nadruk wordt gelegd op straf. “Indirect zitten we nog weleens te vaak op de stoel van de rechter. Doe je dit, dan pakken we dat af. Belangrijker vind ik, dat de gedetineerden ontspannener kunnen starten. Dat als iemand binnenkomt er sprake is van een welkom, dat zijn naam op de deur staat, een kopje koffie in zijn cel klaar staat, dat hij een pakketje krijgt met spullen voor in zijn cel, wie hij kan gaan spreken. Dat geeft rust.”

Sinds de nieuwe Wet Straffen en Beschermen is geïntroduceerd (op 1 juli jl.), kan er binnen het gevangeniswezen onmiddellijk gestart worden met een reïntegratietraject. Wat heb je nodig, waar gaan we naartoe, waarom gaan we daar naartoe, hoe gaan we dat dan bereiken, waar zitten jouw drempels en hoe kunnen we die dan wegnemen. Arnold benoemt het in één adem. Het gedachtengoed moet zijns inziens nog wel veranderen. “Als iemand acht jaar detentie had, dan kwam hij de laatste twee jaar in aanmerking voor een traject. Hij ging in jaar vijf denken: misschien moet ik een keer naar school of een training volgen. De eerste vijf jaar kon hij dan ‘aan lopen klieren’. Nu kan de nieuwe denkwijze bij het personeel en de gedetineerden meteen gaan zorgen voor actie, en daarmee een goede start.”

Wat hebben we veel en wat doen we weinig!

Het aanbod aan interventies binnen JC Zaanstad is enorm, zo blijkt uit de tool die Arnold laat zien.  Op de leefgebieden onderdak, werken, inkomen/schulden, sociaal netwerk en ID-bewijs bieden reclasseringswerkers trainingen aan. Ook trainingen zoals Mijn geld goed geregeld, Sociaal Netwerk & Relaties, Puinruimen (Herstelgericht) staan in de tool.  Helaas wordt er weinig gebruik van gemaakt. Met de komst van de nieuwe wet hoopt hij dat dit gaat veranderen. Arnold wil zijn volle gewicht inzetten om de ’jongens’ deel te laten nemen aan deze trainingen in een zo vroeg mogelijk stadium van hun traject binnen detentie. Een struikelblok was in het verleden, dat de arbeid niet vergoed werd als men in plaats van te werken aan een training deelnam. Dit is inmiddels van de baan, arbeid wordt doorbetaald. Bij de interne training ‘Jij aan het ROER (Richting Op Eigen Regie)’, is dat al het geval. En dat heeft een positieve uitwerking op het gedrag van de deelnemers. Ook benadrukt Arnold de inzet van ervaringsdeskundigen in de trainingen, zowel voor de gedetineerden als het personeel. Zo is het onder andere de bedoeling dat ex-gedetineerden als trainer/coach personeel gaat opleiden.

Luk-ervaringen

Een training/interventie wordt afgerond, het certificaat wordt behaald (zonder het logo van Justitie erop!), de directie komt langs om het uit te reiken, een fotomoment, de foto hangt in de cel, de gedetineerde is trots. “Dit soort momenten, die ik luk-ervaringen noem, moeten we veel vaker gaan creëren. Het zorgt voor samenhang, een brug van voor naar na, niet meer van die losse stukken van voor, tijdens en na detentie. Niet de focus leggen op drempels. De beste werkwijze is om het gat tussen ons en de buitenwereld zo klein mogelijk te maken. Daarbij is autonomie, ruimte om je eigen weg te kunnen vinden binnen het reïntegratietraject, essentieel.”

Het lampje aan zetten

“Bij ieder mens en zeker bij de gedetineerden met wie wij werken, is er altijd iemand die ‘het lampje aanzet’. Of die in ieder geval het knopje geeft waarmee je het lampje kunt aanzetten.”  Het maakt Arnold niet uit wie dat doet, de reclassering, een mentor, een groepsgenoot, als het maar gebeurt. Ook een training kan zo’n lampje aanzetten; daarom zet hij alle deelnemers op de trainingslijst die geschikt worden geacht. Bijvoorbeeld als de betreffende trainingen worden geadviseerd in de reclasseringsrapporten of op een andere indicatie. De wachtlijsten voor behandeling zijn volgens hem nu zo lang, dat het gevaar van nietsdoen dreigt. Dan kan deelname aan een training/interventie uiterst nuttig zijn. “En als de training blijkt te werken als het lampje dat aangezet wordt, dan is dat dubbel winst.”

Zuivere koffie

Op het moment dat ik JC Zaanstad verlaat, sta ik even stil bij een verkoopwagen van Zuivere Koffie. Ik spreek de medewerker die de wagen bemant. Hij laat mij diverse producten zien die zijn gefabriceerd in de inrichting, zoals de Zuivere Koffie, de Guiltea, de Badass Cookies en de Nespresso cups Straffe Bak. Mooie voorbeelden van het werk in de gevangenis, met een dikke knipoog naar het leven binnen. Het illustreert wat Arnold aangeeft. Deze ‘luk’-ervaringen geven mij op dit moment een ‘luck’-gevoel.