‘Detentie & Re-integratie moet van iedereen worden’

Verhalen uit de praktijk

Sinds juli 2021 helpen methodisch begeleiders D&R DJI’ers om te gaan met de nieuwe regels rondom de Wet straffen en beschermen. Vooral duidelijke D&R-rapportages over gedetineerden zijn belangrijk geworden. Met drie van de begeleiders spraken we over hun ervaringen. Hoe gaat het?

Met de nieuwe Wet straffen en beschermen worden gedetineerden vanaf dag één van hun verblijf voorbereid op een succesvolle terugkeer naar de samenleving. Hiervoor wordt het detentie- en re-integratieplan ingezet. In dit plan worden tijdens de hele detentie gedrag en mogelijkheden, de risico’s en de slachtofferbelangen van de gedetineerde bijgehouden. De bedoeling is dat al deze plannen volledig en uniform worden, maar dat blijkt nog best een klus.

Van casemanagers, mentoren, trainers, sport-, onderwijs- en arbeidsmedewerkers vraagt dat een andere manier van werken. De methodisch begeleiders Detentie & Re-integratie helpen daarbij. Deze jonge, net of bijna-afgestudeerden werken sinds 1 juli in de inrichtingen. Zij beoordelen de doelen en acties in de dossiers volgens een vaste systematiek en ze geven coaching on the job.

Niek: ‘Ik kom niet om te controleren, maar om te helpen’

‘Het is belangrijk dat de rapportages over gedetineerden uniform zijn. Op basis daarvan worden tenslotte de besluiten genomen over vrijheden en verloven van gedetineerden. Deze dossiers worden elke zes weken geëvalueerd in het multidisciplinair overleg. Daar bespreken casemanagers, afdelingshoofden, mentoren, trainers, sport-, onderwijs- en arbeidsmedewerkers het gedrag en de voortgang van de gedetineerde. Tijdens deze bijeenkomsten observeer ik wat er wordt besproken. Ook monitor ik de veranderingen die zijn doorgevoerd met de Wet straffen en beschermen. Mijn bevindingen bespreek ik met het (plaatsvervangend) hoofd D&R en de coördinator DBT. Samen kijken we wat er goed gaat en wat er beter kan. Ook geef ik feedback hoe medewerkers hun gedragsrapportages kunnen verbeteren en welke acties nodig zijn voor gedetineerden.

Niek
Beeld: ©DJI / Louis Meulstee
Niek werkt in PI Middelburg

Zoals alle methodisch begeleiders ben ik aangenomen voor een half jaar. De baan zag ik op het intranet van DJI toen ik als student Integrale Veiligheidskunde stage liep in PI Vught. Daar schreef ik mijn eindscriptie over herstelgericht werken. Werken in het gevangeniswezen was ik interessant gaan vinden. En met deze nieuwe, nog niet bestaande functie als methodisch begeleider kon ik werkervaring opdoen in een functie op niveau. Het was leuk om midden in de organisatie terecht te komen, al was het even wennen. Dat ik meekijk in de organisatie kon ook worden opgevat als controleren. Maar ik ben juist gekomen om te helpen bij alle veranderingen die de Wet straffen en beschermen met zich meebrengt. Dat is nu wel duidelijk.

Het is begrijpelijk dat DJI voor deze klus jong-afgestudeerden heeft aangenomen. Het voordeel is dat wij de oude werkwijzen in de PI’s niet kennen. We zijn meteen getraind in de nieuwe wet, het werken met methodieken en de nieuwe werkwijze in de inrichtingen.’

Paula: ‘Ik zie vooruitgang met kleine stapjes’

‘Ik zit in het laatste jaar van mijn studie Sociaal-Juridische Dienstverlening. Van mijn werk als methodisch begeleider D&R kon ik mijn stage maken. Op school had ik veel vakken die over methodisch werken gingen, maar dat was de theorie. Praktijkervaring had ik bijna niet en mijn juridische vakken gingen maar voor een derde over wat ik hier in de PI tegenkom. Ik vind het heel erg leuk dat ik de kennis die ik in mijn studie heb opgedaan nu in de praktijk kan uitvoeren.  

Het werk is uitdagend. Soms is het lastig veranderingen door te voeren als collega’s al lange tijd een bepaalde werkwijze hebben. Toch zie ik vooruitgang, met kleine stapjes. Een voorbeeld van verbetering zie ik bij de casemanagers in hun rapportages, nadat ik hun mijn bevindingen had toegelicht en feedback had gegeven. En afdelingshoofden zetten de methodisch begeleiders nu in om coaching on the job te geven: PIW’ers laten we zien waar ze bij de D&R-plannen precies op moeten letten, hoe ze concreter en objectiever kunnen rapporteren. Het zou mooi zijn als die manier van rapporteren een automatisme wordt.

Garcea
Beeld: ©DJI / Louis Meulstee
Paula werkt in PI Grave

 Ik wil absoluut bij DJI blijven werken, graag met een focus op de gezinsbenadering. Dit gebeurt bijvoorbeeld al in Veenhuizen en Leeuwarden met een vadervleugel waar gedetineerden hun vaderrol kunnen invullen. In 2020 liep ik stage in een inrichting in Wales. Daar was ook een vadervleugel. Ik zag hoe positief dat was voor gedetineerden en dat het bijdraagt aan de vermindering van recidive. Ik hoop me hier in mijn afstudeeropdracht mee bezig te houden en daarna mijn kennis over te brengen in andere PI’s.’

Lena: ‘Praktijk en beleid dichter bij elkaar brengen’

‘Mijn hoofdboodschap aan de afdelingshoofden en de directie na alle observaties is: detentie en re-integratie moeten van iedereen worden. Iedereen moet zich eigenaar voelen. Ik en mijn drie collega’s stoppen hier eind december. Dus dan is het mooi als D&R is opgepakt door alle collega’s. Dat zij zich hier dan samen voor verantwoordelijk voelen.

JC Zaanstad is een grote PI met veel gedetineerden. Gezien de omvang van de organisatie duurde het even voordat we onze positie hadden verworven en aan het werk konden. Maar toen ging het ook snel. Natuurlijk liepen we tegen problemen aan, zoals een hoge werkdruk en inefficiënt rapporteren. Ook werd duidelijk dat in alle functielagen op verschillende manieren gewerkt wordt.

We zagen dat als er meer structuur in het werk zou komen, er meer tijd zou komen om goed te kunnen rapporteren. Daarom doen we ook ons best om leidinggevenden hierin aan te sturen. De afdelingshoofden zien nu onze meerwaarde. Ze zijn vaker met ons in overleg en pakken het D&R-proces meer zelf op. Wat wij bespreken koppelen ze terug naar de PIW’ers.

Lena
Beeld: ©DJI / Louis Meulstee
Lena werkt in JC Zaanstad

Bij de PIW’ers en arbeidsmedewerkers zit soms nog wat ruis. Juist omdat ze zo dicht bij de gedetineerden staan, zijn hun rapportages belangrijk. Maar zij vinden het vaak lastig om een goede vertaalslag te maken. De afdelingshoofden hebben we aangeraden om de PIW’ers op vaste momenten in de week uit te leggen hoe ze dit beter kunnen doen. Dit wordt deels al opgepakt.

Dossieronderzoek en het aansluiten bij multidisciplinaire overleggen zijn belangrijke taken van de methodisch begeleider. Het helpt om de verbeterpunten in kaart te brengen. Daarnaast bestaat op de afdelingen heel erg de behoefte om te praten over D&R. Ik ga erheen om te luisteren en erachter te komen waar collega’s tegenaan lopen. Ik vind het belangrijk daar moeite voor te doen.

Het leukste vind ik de enorme dynamiek. Zeker in deze tijd van verandering. Na december zou ik heel graag in deze omgeving blijven werken. Het lijkt me prachtig om praktijk en beleid nog dichter bij elkaar te brengen. Mijn master Crime Science sluit ook mooi aan op het werk in de PI.’