Gevangenissen en huizen van bewaring

Guus is er gloeiend bij. Hij heeft een uur eerder een huis in brand gestoken. Nu is hij opgepakt, omdat de politie denkt dat hij met de brand te maken heeft.

Hij is naar het politiebureau gebracht. Daar moet hij in een cel wachten tot de rechter hem heeft gesproken. Van de politiecel wordt Guus naar het huis van bewaring gebracht. Daar moet Guus wachten totdat de rechter een beslissing over hem heeft genomen.
Guus komt vrij, als de rechter vindt dat hij niet de schuld heeft van de brand. Guus krijgt straf, als de rechter vindt dat de brand wel zijn schuld is. De rechter besluit dan welke straf Guus krijgt en of hij in de gevangenis moet zitten.

Wil je meer weten over de gevangenis?

[Klik op de vraag om het antwoord te ontdekken...]

  • Het huis van bewaring lijkt erg op een gevangenis. Er zijn bewakers en er zitten tralies voor de ramen. Mensen in het huis van bewaring wachten op het oordeel van de rechter. Zij zijn nog niet veroordeeld. Mensen in de gevangenis zijn veroordeeld tot een gevangenisstraf.

  • Guus is opgepakt bij een brandend huis. Maar het staat nog niet vast dat Guus het huis ook in brand heeft gestoken. Guus is onschuldig totdat het bewijs is geleverd dat Guus het heeft gedaan. Daarvoor mag hij zich verdedigen. Zijn advocaat helpt hem daarbij. De rechter beslist of Guus schuldig is of niet. Dat heet veroordelen.

  • De rechter beslist wat er met Guus gaat gebeuren. Als de rechter vindt dat Guus niet schuldig is, mag hij weer naar huis. Dan is Guus vrijgesproken.
    Als de rechter vindt dat hij wel schuldig is, bepaalt de rechter welke straf Guus krijgt en hoelang die straf duurt. Al deze beslissingen van de rechter samen heten vonnis.

  • De rechter veroordeelt Guus tot gevangenisstraf. Hij vindt dat Guus de brand heeft aangestoken. De rechter legt Guus een gevangenisstraf op. Guus is veroordeeld en wordt van het huis van bewaring naar de gevangenis overgebracht.

  • Dit is een ander woord voor gevangenen. Het komt van het woord ‘detentie’, dat ‘opsluiten’ betekent. Mensen die worden opgesloten, heten daarom ook gedetineerden. Gevangenen dragen hun eigen kleren, dus een spijkerbroek met T-shirt of sweater. Ze mogen iedere dag een uur naar buiten. Dat heet ‘luchten’.

  • PIW’er komt van de afkorting PIW, wat staat voor Penitentiair Inrichtings Werker. De mensen die ervoor zorgen dat de gevangenen niet ontsnappen, heten PIW’ers. Ze gaan met de gevangenen mee naar alle activiteiten en ze helpen de gevangenen als het nodig is. De PIW’ers zijn dus altijd bij de gevangenen, behalve als de gevangenen in hun cel zitten.

  • In een gevangenis zitten de deuren op slot. Ze gaan alleen open als de PIW’er dat wil. Iedereen die in de gevangenis komt, moet zich melden en wordt gecontroleerd. Dus ook de mensen die er werken.
    Overal in de gevangenis hangen camera’s. Een complexbeveiliger houdt op een centraal punt alle beeldschermen in de gaten. Zo ziet hij steeds wat er in de gevangenis gebeurt.
    De muren en ramen zijn heel stevig en er staan hekken om het terrein. Aan het eind van de meeste gangen en afdelingen zitten dubbele deuren. Pas als de ene deur dicht is, kan de andere open.

  • Een gevangenis heeft een heleboel kamers, vaak meer dan honderd. Deze kamers noemen we cellen. De cellen staan meestal in een rij naast elkaar. Ze worden dag en nacht in de gaten gehouden. Een cel is ongeveer tien vierkante meter. Er staat een bed, bureau, stoel en kast in. Het toilet en de wasbak staan apart in wat ‘de natte hoek’ heet. Als de gevangene een televisie wil hebben, moet hij die huren.
    Slapen en eten doet de gevangene in de cel. Alleen als er iets op het dagprogramma staat dat hij buiten de cel kan doen, mag hij zijn cel uit.

  • Het is belangrijk om je goed te gedragen in de gevangenis. Goed gedrag wordt beloond. Als een gedetineerde zich goed gedraagt, mag hij aan extra activiteiten mee doen. De gedetineerde mag ook vaker zijn cel uit en mag vaker sporten en bezoek ontvangen. Voorbeelden van goed gedrag zijn: respectvol met anderen omgaan, je cel netjes houden, geen ruzie maken of vechten met anderen.
    Als je je niet goed gedraagt, mag je aan minder activiteiten mee doen. Ongewenst gedrag is bijvoorbeeld: te laat komen, oneerlijk zijn, je niet aan de regels houden.

  • Gedetineerden hebben een vast dagprogramma. Ze mogen iedere dag naar buiten (luchten) en ze eten op vaste tijden. Ze krijgen tussen de middag een warme maaltijd van de inrichting of ze kunnen in sommige inrichtingen zelf hun eten koken in de gezamenlijke keuken. In de avond krijgen ze een broodmaaltijd.

    Gedetineerden kunnen werken in de gevangenis. Ze kunnen ook sporten of naar de bibliotheek. Verder kunnen ze in de inrichting een bezoek brengen aan een geestelijke verzorger (bijvoorbeeld dominee, pastoor of imam), tandarts, dokter of psycholoog.

  • In de gevangenis werken de gevangenen. Ze kunnen er € 0,76 per uur verdienen. Gedetineerden werken minimaal 20 uur per week, waar mogelijk soms meer. Er zijn verschillende werkzaamheden zoals: metaalbewerking, dingen in elkaar zetten, schroefjes aan bouten draaien, papier bedrukken, meehelpen in de keuken en schoonmaken. In de houtzagerij worden bijvoorbeeld tuinstoelen, tafels, kastjes en andere meubels gemaakt.

  • Met het geld dat gevangenen verdienen, kunnen ze iets kopen in de gevangeniswinkel. Dit is geen echte winkel waar je naar binnen kunt lopen om iets te kopen. De gevangeniswinkel is alleen een lijst met spullen die je kunt bestellen. De PIW’ers laten een winkel in de buurt één keer per week deze spullen brengen.