Re-integratie,verlof en voorwaardelijke invrijheidstelling

Re-integratie gaat een grotere rol spelen bij het toekennen van verlof en voorwaardelijke invrijheidstelling aan gedetineerden. Daarin voorziet de nieuwe Wet straffen en beschermen die vermoedelijk in mei 2021 in werking treedt. Volgens het wetsvoorstel dient een gedetineerde om meer vrijheden te krijgen zich aantoonbaar in te zetten voor een verantwoorde terugkeer naar de samenleving. Ook worden veiligheidsrisico’s en slachtofferbelangen meegewogen.

Nu en straks

Momenteel kunnen gedetineerden verschillende soorten verlof krijgen: incidenteel, algemeen of regimesgebonden (zie voor een uitleg de pagina over verlof op deze website). In 2021, na invoering van de nieuwe wet, wordt dat verlof gekoppeld aan een re-integratiedoel, zoals het voeren van een sollicitatiegesprek of het regelen van huisvesting.

Arbeid buiten de muren

Er komen drie soorten re-integratieverlof: kortdurend of langdurig verlof en/of verlof voor werk buiten de gevangenismuren (extramuraal). Voor die extramurale arbeid tijdens de laatste fase van de detentie creëert DJI een landelijk dekkend netwerk van beperkt beveiligde afdelingen (BBA’s) in de gevangenissen. Daar kunnen gedetineerden alvast wennen aan meer vrijheden door overdag buiten de gevangenismuren te werken bij een werkgever, met als doel een betaalde baan na detentie.

Voorwaardelijke invrijheidstelling

Ook de voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) gaat er anders uitzien. Nu kan het Openbaar Ministerie (OM) de v.i. verlenen, als de gedetineerde tweederde van zijn gevangenisstraf heeft uitgezeten. De maximale duur is tien jaar. Het OM kan hieraan voorwaarden verbinden, zoals een gebieds- of contactverbod of toezicht van de reclassering.

Volgens het wetsvoorstel Straffen en beschermen wordt de duur van de v.i. beperkt tot maximaal twee jaar. Het OM beslist over de toekenning en de voorwaarden. Dit geldt voor gedetineerden die na inwerkingtreding van de wet een definitieve onvoorwaardelijke gevangenisstraf krijgen opgelegd.

Criteria voor verloven en v.i.

Na invoering van de Wet straffen en beschermen moet een gedetineerde aan strengere criteria voldoen om in aanmerking te komen voor verlof en voorwaardelijke invrijheidsstelling. Dat zijn:

  • Gedrag: de gedetineerde moet aantoonbaar actief aan zijn re-integratie werken en zich sociaal wenselijk gedragen in de gevangenis.
  • Risico’s: verlof of v.i. moet verantwoord zijn met het oog op de veiligheid van de samenleving.
  • Slachtofferbelangen: onderzocht wordt of er gevoeligheden bestaan bij slachtoffers/ nabestaanden en of hun veiligheid in het geding is. Ook wordt bekeken of er sentimenten in de samenleving spelen die een v.i. zonder bijzondere voorwaarden belemmeren.

Besluitvorming

Over het toekennen van verlof beslist DJI. Over de voorwaardelijke invrijheidsstelling beslist het Openbaar Ministerie, mede op basis van adviezen van de reclassering en de vestigingsdirecteur van de betrokken penitentiaire inrichting.

Het OM kan er voorwaarden aan verbinden, zoals een gebiedsverbod of toezicht van de reclassering. Een gedetineerde heeft de mogelijkheid bezwaar te maken tegen dat besluit.