Straffen en maatregelen

De meeste gedetineerden zitten in gevangenissen en Huizen van Bewaring, oftewel penitentiaire inrichtingen. Maar het gevangeniswezen kent ook bijzondere inrichtingen en speciale detentievormen bedoeld voor bepaalde (bijzondere) groepen. Voorbeelden hiervan zijn de Inrichting voor Stelselmatige Daders (ISD) en detentie ‘buiten’ de muren, de zogenaamde extramurale detentie.

Doel van gevangenisstraf

Een vrijheidsbenemende straf is de zwaarste straf die iemand in Nederland kan krijgen. Een gevangenisstraf heeft drie doelen.

  • Vergelding: de opgelegde straf laat zien dat de samenleving niet accepteert dat wetten en regels zijn overtreden.
  • Veiligheid samenleving: gevangenisstraf maakt de samenleving veiliger, want de dader vormt in detentie immers geen bedreiging meer.
  • Herhaling voorkomen: de meeste gedetineerden komen op een bepaald moment weer vrij. De samenleving heeft er baat bij dat ex-gedetineerden zo min mogelijk in herhaling vervallen. Daarom bieden inrichtingen gedetineerden regelmaat, begeleiding en praktische vaardigheden aan, om later zo goed mogelijk terug te keren in de maatschappij. Wanneer de lengte van de straf dat toelaat en de gedetineerde gemotiveerd is, kan hij in de gevangenis ook opleidingen en trainingen volgen.

Huis van Bewaring en gevangenis

Gedetineerden die verdacht worden van een strafbaar feit kunnen in afwachting van de uitspraak van de rechter preventief worden gehecht, dat wil zeggen voorlopig vastgezet worden. Zij verblijven dan in een Huis van Bewaring. Na uitspraak van de rechter gaan veroordeelden dan door naar een gevangenis.

Gevangenissen zijn er in verschillende soorten, van een gesloten tot een open inrichting of een gradatie daartussen (half-open). Waar een gedetineerde terecht komt, is onder andere afhankelijk van de duur van de gevangenisstraf en de inschatting van het vluchtgevaar en maatschappelijk risico. Meestal komt een gedetineerde in een gesloten gevangenis, waar hij weinig of geen vrijheden heeft en de bewaking relatief zwaar is.
Soms komt een gedetineerde in een minder beveiligde inrichting, waar hij meer vrijheden heeft en waar meer mogelijkheden zijn om zich voor te bereiden op de terugkeer in de samenleving. Er zijn meer mogelijkheden voor verlof en het is mogelijk om overdag een arbeids- of scholingsprogramma buiten de inrichting te volgen. Vanzelfsprekend is de bewaking in een dergelijke inrichting minder zwaar dan binnen een gesloten regime.

Extramurale detentie en penitentiair programma

Gedetineerden met een korte straf tot drie maanden zijn soms gebaat bij een straf of maatregel buiten de gevangenismuren (extramurale detentie). Deze vorm van detentie voorkomt dat mensen hun werk kwijtraken of dat het gezin wordt ontwricht.

Een bijzondere vorm van extramurale detentie is het Penitentiair Programma. Dit programma is bedoeld voor gedetineerden met een onvoorwaardelijke straf van minstens zes maanden. Zij kunnen in de laatste fase van hun detentie met elektronische bewaking buiten de muren van de gevangenis hun leven weer op de rails zetten. Het programma richt zich op de combinatie van werk, opleiding en andere bezigheden om te voorkomen dat de deelnemer later weer in crimineel gedrag vervalt.
Tijdens het penitentiair programma verblijft de gedetineerde met behulp van elektronisch toezicht thuis en volgt tegelijkertijd een verplicht arbeids- of scholingsprogramma. In deze periode staat de gedetineerde onder toezicht van de reclassering.

Voorwaarde voor alle vormen van extramurale detentie is dat de gedetineerde in kwestie de veiligheid van de samenleving niet in gevaar brengt. DJI voert de maatregel uit in combinatie met de noodzakelijke beveiliging, zoals het elektronisch toezicht.

Voorwaardelijke invrijheidstelling

Bij gevangenisstraffen van tenminste één jaar komt een gedetineerde alleen nog onder voorwaarden na tweederde van zijn straf vrij. De veroordeelde krijgt dan een proeftijd. Tijdens deze proeftijd geldt de algemene voorwaarde dat de veroordeelde geen nieuwe strafbare feiten mag plegen. Daarnaast kunnen bijzondere voorwaarden worden opgelegd, zoals een locatieverbod of het volgen van een training of behandeling. Als de veroordeelde zich niet houdt aan de voorwaarden, moet hij alsnog de rest van zijn straf uitzitten.

Inrichting voor Stelselmatige Daders (ISD)

Mensen die veel overtredingen begaan, zorgen voor een gevoel van onveiligheid in de samenleving. De rechter kan deze mensen, die vaak veel overlast veroorzaken, voor maximaal twee jaar de ISD-maatregel opleggen Zij worden dan geplaatst in een Inrichting voor Stelselmatige Daders.

Het gaat om volwassenen die in een periode van vijf jaar minstens drie keer wegens een misdrijf onherroepelijk zijn veroordeeld tot een straf of maatregel. Vaak is er sprake van veel (gecombineerde) problemen als verslaving en psychische problematiek Tijdens het verblijf in de ISD- inrichting wordt de veelpleger met een individuele aanpak voorbereid op terugkeer in de samenleving. Het Gevangeniswezen werkt daarin samen met verschillende partijen als de gemeente en zorgvoorzieningen.

De ISD-maatregel kent verschillende fases. Iemand kan bijvoorbeeld tijdens de laatste fase van de ISD-maatregel worden opgenomen in een zorgvoorziening of een voorziening voor begeleid wonen. De integrale aanpak moet er uiteindelijk toe leiden dat de veelpleger niet meer in crimineel gedrag vervalt en daardoor de samenleving veel overlast bespaart.