Tijdens het verblijf in een Huis van Bewaring of Gevangenis nemen gedetineerden deel aan een dagprogramma. Het dagprogramma heeft meerdere varianten. Iedere gedetineerde volgt het Basisprogramma: een aantal activiteiten waar de gedetineerde recht op heeft volgens de Penitentiaire Beginselenwet. Hieronder vallen recreatie, luchten, bezoek, sport, arbeid, onderwijs, gebruik van bibliotheek en het recht op geestelijke en medische verzorging. De tijden buiten het dagprogramma brengt een gedetineerde door op cel. Een gemotiveerde gevangene kan bij goed gedrag het Plusprogramma verdienen waarin hij werkt aan zijn terugkeer in de maatschappij. Bijvoorbeeld door het volgen van onderwijs.

Werken tijdens detentie

Arbeid is het belangrijkste onderdeel van het dagprogramma – gemiddeld werken gedetineerden zo’n twintig uur per week. We streven ernaar om arbeid in de PI’s kostenefficiënt en bedrijfsmatig te organiseren, met respect en aandacht voor medewerkers en gedetineerden.

Alle gedetineerden komen in principe in aanmerking voor arbeid, zowel in een Huis van Bewaring als in de Gevangenis. Uiteraard kijken we daarbij scherp naar hun achtergrond, het gepleegde delict en betrouwbaarheid. De gedetineerden voeren uiteenlopende werkzaamheden uit, van lopendebandwerk tot vakarbeid. Dit doen ze bijvoorbeeld in werkplaatsen voor hout- en metaalbewerking en voor recyclewerkzaamheden, maar ook in naaiateliers, callcenters, groentekwekerijen en betonfabrieken. Veel inrichtingen hebben een eigen, gespecialiseerd productiebedrijf. Informatie hierover is te vinden op de website van In-Made, het productiebedrijf van DJI.

Deelnemen aan het werkproces tijdens detentie geeft structuur in het dagritme waardoor dit concreet bijdraagt aan een succesvolle re-integratie in de maatschappij na de detentieperiode. Daarnaast biedt arbeid gedetineerden de mogelijkheid om geld te verdienen, werkervaring op te doen en eventueel vakdiploma’s te behalen. De opleidingen worden zo veel mogelijk gegeven in samenwerking met regionale opleidingscentra (ROC’s). Ook zoeken we aansluiting bij het UWV en brancheorganisaties.

Onderwijs tijdens detentie

Hoe sneller een gedetineerde werk vindt na zijn detentie, hoe kleiner de kans is dat hij terugvalt in criminaliteit. Veel gedetineerden hebben nooit een diploma gehaald. Daarom is, naast arbeid, ook onderwijs een essentieel onderdeel van een modern gevangeniswezen. Door onderwijs in detentie te laten aansluiten op onderwijs buiten detentie kan de gedetineerde gericht werken aan een diploma – en daarmee aan zijn toekomst.

Scholing kan bijdragen aan het terugdringen van recidive. Het is van belang dat gedetineerden onderwijs krijgen dat aansluit bij wat zij kunnen en willen. Daarmee is de kans van slagen het grootst dat zij de opleiding met succes afronden.

Het onderzoeken van het onderwijs- en arbeidsverleden is daarom een vast onderdeel van de Inkomsten-, Screening- en Selectieprocedure. Met aanvullende tests kijken we wat een gedetineerde kan én wil: een gedetineerde komt alleen in aanmerking voor onderwijs als hij aantoont dat hij gemotiveerd is. Afspraken over scholing worden opgeschreven in het detentie & re-integratieplan.

Elke gevangenis krijgt hetzelfde onderwijsaanbod, met erkende diploma’s. We streven ernaar om daarbij zo veel mogelijk samen te werken met scholen en opleidingscentra in de regio.

Re-integratieactiviteiten

Iedere gedetineerde heeft een eigen detentie- en re-integratieplan. Hierin staat onder meer op welke gebieden hij aan de slag moet om meer kans te maken op een succesvolle terugkeer in de maatschappij. Die verandering kan hij bereiken door deel te nemen aan terugkeeractiviteiten. Deze activiteiten bestaan uit voorlichting en praktische cursussen op het gebied van regelzaken, werk en inkomen, huisvesting, zorg, financiën en schulden.

Voor iedere gedetineerde roosteren we circa vier uur per week in voor re-integratieactiviteiten. Gedetineerden moeten wel aantonen dat zij gemotiveerd zijn om te werken aan hun toekomst. Dit doen zij door een vragenlijst in te vullen - de Reflector - en door de training Kies voor Verandering te volgen.

Voordat wordt begonnen met de training Kies voor verandering (KVV) heeft de gedetineerden de vragenlijst ‘De Reflector’ ingevuld. Deze digitale vragenlijst stelt de gedetineerden in staat na te denken over zichzelf, zijn levensopvattingen en beweegredenen. Dit helpt de gedetineerde een zelfbeeld te vormen. Het laat zien welke persoonlijke eigenschappen (bv. stressbestendigheid, eigenwaarde) hij heeft en hoe hij wordt beïnvloed en geholpen door zijn omgeving. De uitkomst van de Reflector is een uitgangspunt voor de training Kies voor Verandering.

Kies voor Verandering (Kvv) is een training voor gedetineerden die hen helpt de eerste stap naar verandering te zetten. De training is opgezet voor alle gedetineerden die willen leren hoe zij hun leven weer op de rails krijgen en willen werken aan een bestaan zonder criminaliteit. De gedetineerde bouwt tijdens deze training aan een persoonlijk plan waarin hij vastlegt waar hij aan wil werken en welke overige terugkeeractiviteiten hij nog zou willen verrichten. Denk bijvoorbeeld aan een cursus 'Omgaan met geld' of voorlichting over het maken van een CV of persoonlijke hygiëne. Wil een gedetineerde niet meedoen? Dan blijft hij tijdens de re-integratieactiviteiten in zijn cel.

Als blijkt dat een gedetineerde inderdaad gemotiveerd is, bekijken we op basis van het detentie en re-integratieplan op welke gebieden een gedetineerde ondersteuning nodig heeft. Op basis van de beschikbare informatie, over wat de gedetineerde kan en wil wordt er een aanbod bepaald door het Multi Disciplinair Overleg. Dit aanbod wordt vervolgens vastgelegd in het detentie en re-integratieplan.

We bieden hulp op het gebied van regelzaken, werk en inkomen, huisvesting, zorg, financiën en schulden, en levensvragen (zingeving). Zogenaamde terugkeeractiviteiten helpen gedetineerden om zelf hun verantwoordelijkheid te nemen voor een succesvolle terugkeer in de samenleving. Daarmee wordt de kans op recidive kleiner. Ook wordt er ingezet op nazorg en een goede overdracht naar de gemeente.

Geestelijke verzorging

Het Gevangeniswezen biedt gedetineerden de mogelijkheid om gebruik te maken van geestelijke verzorging. Zij mogen daarvoor contact hebben met geestelijk verzorgers van een kerkgenootschap of religieuze groepering naar keuze.

Zeven erkende ‘zendende instanties’ zijn actief binnen het Gevangeniswezen:

  • de Rooms-Katholieke kerk
  • de Protestantse Kerk
  • het Humanistisch Verbond
  • het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO)
  • de Boeddhistische Unie
  • de Hindoe Raad Nederland
  • de Joodse Gemeenten (waaronder de driedeling van het Nederlands-Israelitisch Kerkgenootschap NIK, het Portugees-Israelitisch Kerkgenootschap en het Nederlands Verbond voor Progressief Jodendom).