De invloed van het coronavirus in een jeugdinrichting

Weblog

De invloed van het coronavirus in een jeugdinrichting

Fabiola is werkzaam als pedagogisch medewerker in jeugdinrichting De Hartelborgt. We vroegen haar wat de invloed van het coronavirus is op haar leefgroep en hoe ze dit zelf ervaart. Een ding is zeker; ze hoopt dat dit allemaal snel voorbij is.

“Als ik aan Corona denk, dan kan ik heel verdrietig worden. Ik probeer vaak afleiding te zoeken zodat ik niet in een dip raak. Het moment dat ik hoorde dat de luchthavens dicht gingen en er ook geen vluchten meer gingen naar Aruba, waar mijn familie woont, drong het echt door hoe machteloos ik ben en hoe groot de afstand is tussen mijn ouders. Ik probeer ze daarom elke dag te bellen en hen te informeren hoe ze veilig kunnen blijven tijdens deze coronacrisis.

Op de groep ontkomt je er ook niet aan om 1,5 meter afstand te houden. Er worden hier soms grapjes over gemaakt en ik twijfel soms of de jongeren de ernst van de situatie inzien. De inrichting heeft verschillende maatregelen getroffen om het virus zoveel mogelijk buiten te houden. Verloven zijn ingetrokken en er mag niemand meer op bezoek komen. Er is op elke groep een speciale tablet en de jongeren kunnen met gescreened bezoek Skypen.

Ik merk dat het binnen zitten voor de jongeren die een verloftraject hebben het zwaarst is. Zij kunnen nu niet naar buiten en dit maakt ze onrustiger. Normaal gaan we dan met ze fitnessen of een andere vorm van bijvoorbeeld contactsport doen om de spanning te verlagen. Maar contactsport is nu niet toegestaan en dit brengt ook de nodige frustraties met zich mee. Daarom zijn wij nu steeds meer in gesprek met de jongeren, om ze antwoorden te geven op vragen en ze uitleg te geven. Dit helpt vaak om de rust en veiligheid op de groep te behouden. Daarnaast komen er dagelijks docenten op de groep om activiteiten aan te bieden, zodat ze toch vooruitgaan in hun ontwikkeling.

Laatst zaten we met de jongeren gezamenlijk te eten aan tafel. Een van de jongens zei tegen mij dat we te dicht naast elkaar zaten en dat we er buiten een boete voor zouden krijgen. Ik was blij dat hij me hier op attendeerde en besefte me dat mijn eigen leven steeds meer begon te lijken op het leven van de jongeren hierbinnen. Net als de jongeren mag ik (buiten mijn werkzaamheden) niet naar buiten en heb ik weinig contact met familie en vrienden. Toen ik aan het einde van mijn dienst naar huis ging, realiseerde ik me dat we blij mogen zijn als dit allemaal voorbij is en we weer “gewoon” de alledaagse dingen kunnen doen. Stay safe.”