Reactie op berichtgeving middelengebruik in inrichtingen

Vandaag is op basis van een WOB verzoek van het ANP veel media aandacht voor het gebruik van verdovende middelen in onze inrichtingen en TBS klinieken.

Allereerst is van belang te melden, dat een zeer groot deel van de populatie die in justitiële inrichtingen wordt geplaatst al problematisch middelengebruik bij eerste binnenkomst kent. Het is daarom niet verwonderlijk dat er veel wordt gescoord op de tests en dat middelengebruik in de inrichtingen structureel de aandacht verdient. Of het aantal positieve testen groot is te noemen, hangt onder meer af waar dit aantal tegen wordt afgezet. Dat geldt overigens ook voor andersoortige problematiek waaronder schulden, en het (niet) hebben van werk of een woning. Juist die problematiek is onderdeel van de zogenaamde criminogene factoren; oftewel belangrijke oorzaken van criminaliteit waardoor mensen in een justitiële inrichting terecht komen.

Verder is een normatief oordeel over het aantal positieve urine controles lastig. Beleid in het Gevangeniswezen is dat bij binnenkomst een zogeheten nul-meting wordt uitgevoerd. Deze nulmeting zegt in elk geval bij het meest gebruikte middel cannabis alleen iets over gebruik voorafgaand aan de detentie en niets over eventueel (bij)gebruik tijdens detentie. Dat (bij)gebruik kan pas worden vastgesteld bij een tweede urinecontrole, die vanwege meet-methodologische aspecten niet eerder kan worden afgenomen dan 2 weken na de nulmeting. Ook is het mogelijk dat middelen om medische redenen zijn voorgeschreven door de medische diensten.

Een oordeel over de hoogte van het aantal positieve urinecontroles is dus lastig te geven. Buiten kijf staat echter dat de middelen niet zijn toegestaan in een justitiële inrichting. Drugs leveren risico’s op voor de veiligheid van gedetineerden, patiënten en medewerkers en het leefklimaat in de inrichtingen. Ook kan middelengebruik het proces van terugkeer naar de samenleving en gedragsverandering (en daarmee ultima recidivereductie) belemmeren. Daarom wordt er sterk op ingezet middelengebruik in justitiële inrichtingen tegen te gaan.

Preventie

De inrichtingen zetten zich iedere dag in om verboden middelen buiten de inrichtingen te houden met allerhande controle- en veiligheidsmaatregelen, waaronder controle van in- en uitgaand personen- en goederenverkeer en de inzet van drugshonden. Ook wordt medicijnverstrekking nauwkeurig via protocollen uitgevoerd. Dat voorkomt niet altijd dat justitiabelen die medicatie doorgeven of verhandelen ook al houdt het personeel dit scherp in de gaten.

Daarnaast is er aandacht voor preventieve interventies. Zo wordt de kennis en het bewustzijn op dit thema van personeel verder vergroot. Het Trimbos- instituut en verslavingsinstellingen zijn in de arm genomen om de kennis en het bewustzijn van het personeel bij de aanpak van drugs te vergroten. In TBS-behandelingen wordt ook aandacht besteed aan verslaving en kan een traject gericht op beheersing van gebruik onderdeel zijn van het behandelplan, onder meer met speciale gedragsinterventies.

Voor de aanpak van problematisch middelengebruik is tijd, aandacht en expertise nodig. Bovendien vergt succesvolle aanpak motivatie van de gebruiker om de problemen aan te pakken. Een complicerende factor binnen het gevangeniswezen is de korte verblijfsduur van veel justitiabelen om hen toe te leiden naar zorg of hen te begeleiden naar een zorgvraag. Daarbij is middelen-problematiek veelal geen geïsoleerd issue, maar gaat dit vaak gepaard met problemen op andere vlakken. Te denken valt aan persoonlijkheidsstoornissen, psychiatrische ziektebeelden of licht verstandelijke beperkingen.

Inspectie

De Inspectie VenJ doet regelmatig onderzoek naar de invoer van contrabande in onze inrichtingen. Dit voorjaar nog is een rapport inclusief beleidsreactie van de staatssecretaris naar de Tweede Kamer gestuurd. Beide documenten zijn hier te vinden.

Tot slot

Bij al het voorgaande moet worden bedacht dat DJI-inrichtingen dagelijks aanzienlijke inspanningen leveren om de aanwezigheid van middelen tegen te gaan. Dit is, en blijft, een ‘kat-en-muis-spel’. Naast veiligheid, moet ook humaniteit en re-integratie worden nagestreefd waardoor het volledig afsluiten van de buitenwereld niet mogelijk en wenselijk is. Risico op het invoeren van contrabande is derhalve nooit volledig uit te sluiten; het verbeteren van controle en preventie heeft de continue aandacht.