Geldt “de jeugd heeft de toekomst” ook voor jongeren in een jeugdinrichting?

Deze hoofdrubriek bevat 6 rubrieken:

Weblog

“De jeugd heeft de toekomst”, zegt men. Geldt dat ook voor jongeren die door het overtreden van de wet in een inrichting terecht komen? Hun vrijheid zijn ze tijdelijk kwijt, maar de impact die dit op deze jongere heeft is levenslang.

In een justitiële jeugdinrichting (JJI) zijn wij bezig met onze primaire pedagogische opdracht: dat jongeren beter naar buiten gaan dan dat ze binnen zijn gekomen – dáár zetten wij ons iedere dag opnieuw voor in.

Kind en/of crimineel?

Op verjaardagen wordt mij wel eens gevraagd: “Wie zitten er nu precies bij jou binnen?” Ik werk als senior pedagogisch medewerker in een JJI en leg dan uit dat in principe jongeren van 12 tot 18 jaar in een justitiële jeugdinrichting (in de volksmond een jeugdgevangenis) terecht komen. Bij jongeren tussen de 18 en 23 jaar ligt het aan de ernst van het delict en hun persoonlijkheid of zij volgens het jeugd- of volwassenenstrafrecht berecht worden. De gemiddelde leeftijd van jongeren die bij ons binnen verblijven is 19 jaar.

Het is voor een buitenstaander best lastig om je voor te stellen dat je het op zo’n toch wel jonge leeftijd dusdanig bont hebt gemaakt, dat je in een JJI terecht komt.

Om dit in perspectief te kunnen plaatsen, geef ik je een kort biologielesje over de ontwikkeling van het brein: In principe ontwikkelt ons brein zich tot we een jaar of 25 zijn. Vooral het deel van het brein waarmee je beter leert denken, oordelen en complexe inschattingen maken – de prefrontale cortex - ontwikkelt zich pas flink in de (latere) tienerjaren.
Bij ‘onze’ jongeren is dit gebied van de hersenen nog niet volgroeid. In de praktijk betekent dit dat ze risico’s kunnen onderschatten, hun eigen gedrag juist overschatten en minder in staat zijn impulsen te beheersen. Daar komt bij dat veel van de jongeren laagbegaafd zijn. Vanuit een wetenschappelijk perspectief maakt dit ze beperkt toerekeningsvatbaar.

Dat doet niet af aan de misstappen die ze gemaakt hebben, maar het verklaart wel dat bij ons binnen de JJI de nadruk op behandeling ligt en niet alleen op straffen.

Positieve benadering

Geen cellen, maar kamers. Geen regels, maar afspraken. Het lijken subtiele verschillen, maar het weerspiegelt de overtuiging dat positief bejegenen het meest effectief is wanneer je een gedragsverandering wilt bereiken bij de jongeren. Juist door het positieve te bekrachtigen, kun je het negatieve bespreekbaar maken. Waar men vroeger veelal reageerde op incidenten, gaan wij nu veel meer in gesprek met jongeren. Dat blijkt de ingang voor behandeling.

Behandeling

De behandeling bestaat uit zowel het vergroten van (sociale) vaardigheden, als cognitieve gedragstherapie. In deze laatste leren jongeren gedachten anders interpreteren, wat bepalend is voor hoe gebeurtenissen aflopen.

Op je gedachten kun je namelijk zelf invloed uitoefenen, in tegenstelling tot de gebeurtenissen an sich of de gevoelens die deze oproepen. Zo kun je voorkomen dat “de deur stond op een kier, ik ben naar binnen gegaan, heb spullen uit een huis meegenomen en heb geweld ingezet om mijn doel te bereiken: dat is makkelijk geld verdienen” leidt tot stelen, of dat boosheid leidt tot geweld.
Wanneer de jongeren hun gedachten anders leren interpreteren, krijgen ze een objectievere kijk op (negatieve) gevoelens en waarnemingen. Vervolgens kunnen ze hun (gewoonte) gedrag veranderen.

Voor buitenstaanders is de nadruk op behandelen in plaats van straffen soms moeilijk te begrijpen. Je kunt je ook afvragen of je er niet juist goed aan doet om nu te investeren in gedragsverandering bij een jongere, zodat je kosten van (herhaaldelijke) detentie op latere leeftijd kunt voorkomen. Want elke jongere heeft een toekomst voor zich en wij hopen dat dit voor iedereen een mooie is, zonder te vervallen in hun oude/ foute gedrag.