Onze jeugd, onze zorg

Deze hoofdrubriek bevat 6 rubrieken:

Weblog

Als directeur van een jeugdinrichting had ik soms te maken met jongeren die tot wel zes jaar vast zaten. Moet je je eens voorstellen: zes jaar! Dat is een derde van het leven van een achttienjarige. Een hele puberteit lang achter gesloten deuren.

Iemand van wie de kinderrechter heeft besloten dat hij een lange tijd zijn vrijheid kwijtraakt, daar denken we bij DJI niet lichtzinnig over. We beseffen heel goed dat er dan al heel wat is gebeurd: met en voor deze jongeren is alles geprobeerd, ze zijn alle trajecten doorlopen. Ze hebben doorgaans te maken met een waaier aan psychische problemen, komen uit instabiele gezinnen en hebben geen idee hoe je op een relatief normale manier een leven kunt opbouwen. Vaak ontbreekt de motivatie ook.

Uit ervaring kan ik zeggen: Een ingewikkelde doelgroep met jongeren die veelal bepaald geen lieverdjes zijn. U heeft de afgelopen maanden met een aantal van hen kennis kunnen maken, toen BNN 'Wij zitten vast' uitzond.

De reacties op social media op de serie waren niet mals. Ik heb ze uiteraard met veel belangstelling gevolgd. Wat opviel was hoe onze samenleving totaal verdeeld lijkt als het gaat om het straffen van jongeren. Voor de ene helft kan het niet hard genoeg, en is de gang van zaken in een jeugdinrichting een softe bedoening. De andere helft zegt: maar het zijn jóngeren, kinderen soms nog. Laten we op zijn minst zorgen dat ze de kans krijgen om het als jongvolwassene wél goed te doen.

Als ik moet uitleggen waarom we te werk gaan zoals we te werk gaan, dan zeg ik altijd: Het helpt niet om alleen maar strenger te straffen. Leedtoevoeging draagt niets bij, behalve dat het risico bestaat dat een jongere extra traumatiseert. Daar wordt niemand beter van.

Balans

En dan leg ik ook vaak uit: Wat goed is aan het insluiten van jongeren waar álles al mee geprobeerd is, is dat je ze tenminste ‘hebt’. Binnen de muren zoeken we de juiste balans tussen straffen en behandelen. Door jongeren hun diploma’s te laten halen, ze sociale vaardigheden bij te brengen, door structuur aan te brengen, hopen we dat ze bij terugkeer in de samenleving niet opnieuw de fout in gaan. En we geven ze bagage mee om zelf andere keuzes te maken. Wat opvalt is dat jongeren die relatief lang bij ons zijn geweest, naar verhouding minder recidive vertonen.

Dat we het als jeugdinrichtingen nooit voor iedereen goed kunnen doen, is voor mij en andere mensen die dagelijks met deze doelgroep werken, wel eens frustrerend. Maar laten we het van de positieve kant bekijken: Ik ben blij dat zoveel mensen zich roeren in de discussie – of we het nu met elkaar eens zijn of niet. Het gaat om kinderen, dus het is logisch en prima dat iedereen een mening heeft. Maar laten we dan wel de vervolgstap zetten en de kracht die de discussie losmaakt gebruiken om de vrijheidsbeneming van deze jongeren goed en met de juiste argumenten onder de loep te nemen. Het is onze jeugd, dus ónze zorg.