Quarantaineverhalen uit de bajes

Deze hoofdrubriek bevat 6 rubrieken:

Weblog

Jodie was vroeger een meisje dat binnen de lijntjes kleurde. In haar werk als humanistisch geestelijk verzorging komt zij dagelijks in aanraking met mensen die juist wel over de lijn zijn gegaan. En nu hun dagen in detentie doorbrengen. Jodie vertelt in deze serie hun verhaal. Daarmee geeft zij een inkijkje in het leven van deze mannen, voor en tijdens detentie.

Quarantaineverhalen uit de bajes #1: "Liever gekwetst door de waarheid, dan getroost door een leugen”

We waren vroeger thuis arm. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik vier was en ik groeide op met mijn moeder en twee zussen. Mijn moeder moest rond komen van 75 euro in de week en op sommige dagen was er nauwelijks eten in huis. Ze zorgde goed voor ons, maar op vakantie gaan is een luxe die ik niet heb gekend. Automatisch wilde ik wat anderen ook hadden en ik begon op mijn 14de met het verkopen van wiet.

Ik verdiende al snel veel geld, want er was veel vraag. Ik leverde alles. Nou bijna alles, want ik verkocht geen cocaïne en heroïne, ik verkocht niet onder de 18 jaar en ook niet als ik zag dat mensen aan het drugsgebruik ten onder gingen. Zelf heb ik ook veel drugs gebruikt, vooral XTC, maar heb nooit gedronken. Ik heb slechte ervaringen met alcohol, want mijn vader was alcoholist. Ik was nog jong toen ik hem uit de kroeg moest halen, ervaringen die je niet vergeet. Ik neem hem niets kwalijk en wil geen negatief woord over hem zeggen, maar ik heb hem tijdens mijn jeugd gemist als voorbeeldfiguur. Ik moest mezelf als jongen dingen eigen maken die je normaal gesproken van je vader leert en ik had achteraf graag gezien dat hij me had bijgestuurd. Ingegrepen had toen ik de verkeerde kant op ging.

Het klinkt misschien onwerkelijk, maar de corona-crisis heeft mij vooral veel opgeleverd. Ik ben zelf vader, maar ik laat mijn zoontje van vijf niet op bezoek komen. Hij zou in zijn klas gaan vertellen over deze plek en daar alleen maar nadeel van ondervinden. Dat wil ik hem besparen. Door de corona-crisis is bezoek stop gezet, maar kunnen we als alternatief praten via facetime.

Ik heb dus voor het eerst in maanden mijn zoontje weer kunnen zien! Hij is mijn grote trots en zeg nooit nooit, maar ik ga ervan uit dat dit de laatste keer is dat ik vastzit. En ik zal wel moeten, want ik wil voorkomen dat ik hèm later moet gaan opzoeken in de gevangenis. Ik wil er kunnen zijn op de momenten dat hij bijsturing nodig heeft en hem alle kansen geven om goed in het leven te staan. Als de tijd rijp is, wil ik hem vertellen over mijn verleden. Dat het niet loont om te zwijgen tegen degene die je lief zijn en je nooit iets stiekem moet gaan doen. Liever gekwetst door de waarheid, dan getroost door een leugen.

Quarantaineverhalen uit de bajes #2: “Ik voelde me een strijder”

Het begon met een knal. Er knapte iets in mijn hoofd en een paar seconden ging alles op zwart. Ik kon geen ademhalen en het leek alsof mijn bewustzijn uit me gleed. Het heeft maar kort geduurd, maar het was een hele enge ervaring. Ik was vanaf dat moment verschrikkelijk bang en durfde niet meer naar buiten en nauwelijks nog te eten. Ook had ik een handdoek waar ik voortdurend op kauwde om zo de angst beheersbaar te maken. Mijn moeder is wel eens in huilen uitgebarsten terwijl ze naar me keek. Zo erg was ik eraan toe. Ik verhandelde en gebruikte voor die ervaring veel XTC. Dit, gecombineerd met te veel energydrankjes, Ritalin-gebruik op verkeerde momenten, veel werken en een verhuizing, heeft waarschijnlijk de kortsluiting in mijn hoofd veroorzaakt.

Angst is iets verschrikkelijks, want het vlakt alle andere gevoelens af. Het had alle macht over me waardoor ik gevangen zat. Na een half jaar als een schim te hebben geleefd, was ik er klaar mee. Ik besloot een eindje te gaan fietsen en dat klinkt misschien eenvoudig, maar dat was het niet. Toen ik halverwege was, voelde ik dat ik gewonnen had. Ik voelde me een strijder. Dat moment markeerde het einde van de grootste ellende en de eerste stap op de lange weg richting herstel.

In de rechtbank is me de vraag gesteld waarom ik naast XTC ook andere drugs ben gaan verhandelen, ondanks dat ik er een angststoornis aan over heb gehouden. Ik had daar toen geen goed antwoord op en noemde geld als motief. Wat achteraf heeft meegespeeld, is dat ik in die periode van herstel nog niet durfde te solliciteren. Je kon zien dat er iets met me aan de hand was en daar schaamde ik me voor. Drugs verkopen ging me wèl goed af en eigenlijk heb ik gekozen voor de weg met de minste weerstand. Iets dat ook mee heeft gespeeld is dat ik weet dat XTC, als je het verantwoord gebruikt, een hele fijne partydrug is. Gezonder is natuurlijk niks te gebruiken, maar weinig mensen kunnen dat. Zelf gebruik ik sinds die ervaring niet meer. Waar ik vroeger laks was, ben ik nu ook veel volwassener en zorgzamer, ook voor mezelf.

De Corona-crisis roept die oude angst voor de dood op en ik ben bang de detentie niet te overleven. Op sommige dagen, als de wind goed staat, kan ik de geur van buiten ruiken. Ik krijg dan pijn in mijn buik van heimwee. Ik ben pas tweeëntwintig en ik wil niet dood. Ik wil naar buiten, ik wil leven nu ik dat eindelijk weer durf.

Quarantaineverhalen uit de bajes #3: De mens achter het delict-het verhaal van de bewaarder

“Ik ben dit vak toevallig ingerold. Ik nam via het arbeidsbureau deel aan een project waarbij allochtonen en vrouwen de arbeidsmarkt op werden geholpen. Dat is alweer 26 jaar geleden. In de beginjaren waren de bewaarders overwegend mannen en vooral de oudere collega’s maakten nog wel eens vrouwonvriendelijke grapjes. Grapjes, maar je kon er een kern van hun overtuiging in terug vinden. Zoals die keer dat ik de afwas deed en er ‘tenminste eentje was die haar plek weet’ werd gezegd. Ik liet alles uit mijn handen glijden en ging weer bij ze aan tafel zitten. Ik liet me er niet door van de wijs brengen, maar het heeft me wel geleerd anderen altijd te behandelen zoals ikzelf behandeld wil worden.

Ik ben hier niet om te oordelen, dat is de taak van de rechter. Ik bied zorg op een afdeling waar gedetineerden verblijven die vanwege een psychische stoornis of de aard van hun delict te kwetsbaar zijn om op de gewone afdelingen te functioneren. Ze zouden een te gemakkelijke prooi zijn voor afpersing of andere misstanden. Of in het geval van zedendelinquenten het mikpunt van vergelding en daarmee zwaar geweld. Detentie is bedoeld als straf, maar moet ook veilig verlopen, juist omdat verdere traumatisering herstel in de weg staat.

Als bewaarders begeven we ons in een spanningsveld waarbij we enerzijds disciplinerend moeten optreden en anderzijds de gedetineerde humaan moeten blijven benaderen. De mens zien achter het delict. Ik probeer daarbij altijd een luisterend oor te bieden bij de vele problemen die er vaak zijn. Dat betekent niet dat ik hun delict goedpraat, maar ik probeer hen op respectvolle manier te confronteren met hetgeen waar ze de fout in zijn gegaan. Het probleem niet langer bij een ander neer te leggen, maar samen te onderzoeken wat hun eigen aandeel in het geheel is.

In het begin was ik nog wel geïnteresseerd in het delict, maar nu is dat niet meer zo van belang. Ik krijg tijdens overleg wel informatie, maar probeer dat zoveel mogelijk van me af te zetten. Dat is soms moeilijk, want een delict kan je raken en daarmee de relatie beïnvloeden. Het is voor mij belangrijk me niet boven die ander te plaatsen, maar vooral naast. Je moet het toch samen doen op zo’n kleine afdeling. Je krijgt toch een band met elkaar en het is mooi als je de tijd die ze vastzitten in goede harmonie kunt laten verlopen. En mooie verhalen zijn er zeker te vertellen, zoals die jongen die zei dat hij nooit meer terug zou komen. Ik neem dat soort opmerkingen altijd met een korrel zout, omdat enkel tijd uit kan wijzen of hij gelijk heeft. Deze jongen kwam ik na lange tijd tegen in Almelo. Hij was met zijn vrouw en kind en zag er goed uit. Hij herkende me en vertelde dat hij zijn leven op orde had gekregen. En hij bedankte me voor de ‘goede’ en leerzame tijd in de bajes."

Meer over Jodie

Ik was vroeger een meisje dat keurig binnen de lijntjes kleurde. Ik had niets te maken met criminele zaken, niets te maken met dat wat niet mocht. Totdat ik vier jaar geleden als Humanistisch geestelijk verzorger aan het werk ging in de gevangenis. Onwetend over de wereld verscholen achter die dikke muren ging ik ervan uit dat deze mannen gewetenloos en misschien wel uiterst gewelddadig waren. Dat ik een plek betrad waar ik voortdurend op mijn hoede moest zijn. Ik ontdekte echter een fascinerende wereld van tralies, testosteron, tatoeages, grote spierbundels en criminaliteit. Een plek waar ik me veilig voelde door de aanwezigheid van kundig personeel. Ik ontdekte langzaam niet alleen de ongeschreven regels van de bajes, maar ook wat er schuil gaat achter de pantsers die gedetineerden hadden opgetrokken om zich te wapenen tegen het leven. Ik kreeg antwoord op die cruciale vraag waarom deze mannen er voor hadden gekozen om wèl buiten de lijntjes te kleuren.

Deze serie is bedoeld om iets van deze ervaringen op te tekenen. Het is bedoeld om mannen die sowieso al ‘binnen’ zitten een stem te geven en daarmee het omgaan met ‘gedwongen quarantaine’. Deze serie is ook bedoeld om een beeld te geven van de voorgeschiedenis van een delict, van de context, maar zeker ook de keuzes die de gedetineerde heeft gemaakt en die tot zijn inbewaringstelling hebben geleid. De gedetineerden die aan het woord komen zijn allen mannen die contact hebben of hebben gehad met mij als Humanistisch geestelijk verzorger binnen de bajes, en toestemming hebben gegeven voor het optekenen van hun verhaal. Het is vooral bedoeld om een menselijk geluid te laten horen, een menselijk geluid in onzekere tijden.