Quarantaineverhalen uit de bajes

Deze hoofdrubriek bevat 6 rubrieken:

Weblog

Jodie was vroeger een meisje dat binnen de lijntjes kleurde. In haar werk als humanistisch geestelijk verzorging komt zij dagelijks in aanraking met mensen die juist wel over de lijn zijn gegaan. En nu hun dagen in detentie doorbrengen. Jodie vertelt in deze serie hun verhaal. Daarmee geeft zij een inkijkje in het leven van deze mannen, voor en tijdens detentie.

Quarantaineverhalen uit de bajes #1: "Liever gekwetst door de waarheid, dan getroost door een leugen”

We waren vroeger thuis arm. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik vier was en ik groeide op met mijn moeder en twee zussen. Mijn moeder moest rond komen van 75 euro in de week en op sommige dagen was er nauwelijks eten in huis. Ze zorgde goed voor ons, maar op vakantie gaan is een luxe die ik niet heb gekend. Automatisch wilde ik wat anderen ook hadden en ik begon op mijn 14de met het verkopen van wiet.

Ik verdiende al snel veel geld, want er was veel vraag. Ik leverde alles. Nou bijna alles, want ik verkocht geen cocaïne en heroïne, ik verkocht niet onder de 18 jaar en ook niet als ik zag dat mensen aan het drugsgebruik ten onder gingen. Zelf heb ik ook veel drugs gebruikt, vooral XTC, maar heb nooit gedronken. Ik heb slechte ervaringen met alcohol, want mijn vader was alcoholist. Ik was nog jong toen ik hem uit de kroeg moest halen, ervaringen die je niet vergeet. Ik neem hem niets kwalijk en wil geen negatief woord over hem zeggen, maar ik heb hem tijdens mijn jeugd gemist als voorbeeldfiguur. Ik moest mezelf als jongen dingen eigen maken die je normaal gesproken van je vader leert en ik had achteraf graag gezien dat hij me had bijgestuurd. Ingegrepen had toen ik de verkeerde kant op ging.

Het klinkt misschien onwerkelijk, maar de corona-crisis heeft mij vooral veel opgeleverd. Ik ben zelf vader, maar ik laat mijn zoontje van vijf niet op bezoek komen. Hij zou in zijn klas gaan vertellen over deze plek en daar alleen maar nadeel van ondervinden. Dat wil ik hem besparen. Door de corona-crisis is bezoek stop gezet, maar kunnen we als alternatief praten via facetime.

Ik heb dus voor het eerst in maanden mijn zoontje weer kunnen zien! Hij is mijn grote trots en zeg nooit nooit, maar ik ga ervan uit dat dit de laatste keer is dat ik vastzit. En ik zal wel moeten, want ik wil voorkomen dat ik hèm later moet gaan opzoeken in de gevangenis. Ik wil er kunnen zijn op de momenten dat hij bijsturing nodig heeft en hem alle kansen geven om goed in het leven te staan. Als de tijd rijp is, wil ik hem vertellen over mijn verleden. Dat het niet loont om te zwijgen tegen degene die je lief zijn en je nooit iets stiekem moet gaan doen. Liever gekwetst door de waarheid, dan getroost door een leugen.

Quarantaineverhalen uit de bajes #2: “Ik voelde me een strijder”

Het begon met een knal. Er knapte iets in mijn hoofd en een paar seconden ging alles op zwart. Ik kon geen ademhalen en het leek alsof mijn bewustzijn uit me gleed. Het heeft maar kort geduurd, maar het was een hele enge ervaring. Ik was vanaf dat moment verschrikkelijk bang en durfde niet meer naar buiten en nauwelijks nog te eten. Ook had ik een handdoek waar ik voortdurend op kauwde om zo de angst beheersbaar te maken. Mijn moeder is wel eens in huilen uitgebarsten terwijl ze naar me keek. Zo erg was ik eraan toe. Ik verhandelde en gebruikte voor die ervaring veel XTC. Dit, gecombineerd met te veel energydrankjes, Ritalin-gebruik op verkeerde momenten, veel werken en een verhuizing, heeft waarschijnlijk de kortsluiting in mijn hoofd veroorzaakt.

Angst is iets verschrikkelijks, want het vlakt alle andere gevoelens af. Het had alle macht over me waardoor ik gevangen zat. Na een half jaar als een schim te hebben geleefd, was ik er klaar mee. Ik besloot een eindje te gaan fietsen en dat klinkt misschien eenvoudig, maar dat was het niet. Toen ik halverwege was, voelde ik dat ik gewonnen had. Ik voelde me een strijder. Dat moment markeerde het einde van de grootste ellende en de eerste stap op de lange weg richting herstel.

In de rechtbank is me de vraag gesteld waarom ik naast XTC ook andere drugs ben gaan verhandelen, ondanks dat ik er een angststoornis aan over heb gehouden. Ik had daar toen geen goed antwoord op en noemde geld als motief. Wat achteraf heeft meegespeeld, is dat ik in die periode van herstel nog niet durfde te solliciteren. Je kon zien dat er iets met me aan de hand was en daar schaamde ik me voor. Drugs verkopen ging me wèl goed af en eigenlijk heb ik gekozen voor de weg met de minste weerstand. Iets dat ook mee heeft gespeeld is dat ik weet dat XTC, als je het verantwoord gebruikt, een hele fijne partydrug is. Gezonder is natuurlijk niks te gebruiken, maar weinig mensen kunnen dat. Zelf gebruik ik sinds die ervaring niet meer. Waar ik vroeger laks was, ben ik nu ook veel volwassener en zorgzamer, ook voor mezelf.

De Corona-crisis roept die oude angst voor de dood op en ik ben bang de detentie niet te overleven. Op sommige dagen, als de wind goed staat, kan ik de geur van buiten ruiken. Ik krijg dan pijn in mijn buik van heimwee. Ik ben pas tweeëntwintig en ik wil niet dood. Ik wil naar buiten, ik wil leven nu ik dat eindelijk weer durf.

Quarantaineverhalen uit de bajes #3: De mens achter het delict-het verhaal van de bewaarder

“Ik ben dit vak toevallig ingerold. Ik nam via het arbeidsbureau deel aan een project waarbij allochtonen en vrouwen de arbeidsmarkt op werden geholpen. Dat is alweer 26 jaar geleden. In de beginjaren waren de bewaarders overwegend mannen en vooral de oudere collega’s maakten nog wel eens vrouwonvriendelijke grapjes. Grapjes, maar je kon er een kern van hun overtuiging in terug vinden. Zoals die keer dat ik de afwas deed en er ‘tenminste eentje was die haar plek weet’ werd gezegd. Ik liet alles uit mijn handen glijden en ging weer bij ze aan tafel zitten. Ik liet me er niet door van de wijs brengen, maar het heeft me wel geleerd anderen altijd te behandelen zoals ikzelf behandeld wil worden.

Ik ben hier niet om te oordelen, dat is de taak van de rechter. Ik bied zorg op een afdeling waar gedetineerden verblijven die vanwege een psychische stoornis of de aard van hun delict te kwetsbaar zijn om op de gewone afdelingen te functioneren. Ze zouden een te gemakkelijke prooi zijn voor afpersing of andere misstanden. Of in het geval van zedendelinquenten het mikpunt van vergelding en daarmee zwaar geweld. Detentie is bedoeld als straf, maar moet ook veilig verlopen, juist omdat verdere traumatisering herstel in de weg staat.

Als bewaarders begeven we ons in een spanningsveld waarbij we enerzijds disciplinerend moeten optreden en anderzijds de gedetineerde humaan moeten blijven benaderen. De mens zien achter het delict. Ik probeer daarbij altijd een luisterend oor te bieden bij de vele problemen die er vaak zijn. Dat betekent niet dat ik hun delict goedpraat, maar ik probeer hen op respectvolle manier te confronteren met hetgeen waar ze de fout in zijn gegaan. Het probleem niet langer bij een ander neer te leggen, maar samen te onderzoeken wat hun eigen aandeel in het geheel is.

In het begin was ik nog wel geïnteresseerd in het delict, maar nu is dat niet meer zo van belang. Ik krijg tijdens overleg wel informatie, maar probeer dat zoveel mogelijk van me af te zetten. Dat is soms moeilijk, want een delict kan je raken en daarmee de relatie beïnvloeden. Het is voor mij belangrijk me niet boven die ander te plaatsen, maar vooral naast. Je moet het toch samen doen op zo’n kleine afdeling. Je krijgt toch een band met elkaar en het is mooi als je de tijd die ze vastzitten in goede harmonie kunt laten verlopen. En mooie verhalen zijn er zeker te vertellen, zoals die jongen die zei dat hij nooit meer terug zou komen. Ik neem dat soort opmerkingen altijd met een korrel zout, omdat enkel tijd uit kan wijzen of hij gelijk heeft. Deze jongen kwam ik na lange tijd tegen in Almelo. Hij was met zijn vrouw en kind en zag er goed uit. Hij herkende me en vertelde dat hij zijn leven op orde had gekregen. En hij bedankte me voor de ‘goede’ en leerzame tijd in de bajes."

Quarantaineverhalen uit de bajes #4: Moeilijk te peilen

"Mijn vader zat in het criminele circuit en heeft tijdens mijn jeugd veel vastgezeten. Ondanks dat kreeg ik als oudste van drie kinderen veel mee van wat hij deed. Hij nam me bijvoorbeeld mee naar cafés waar bepaalde deals werden gesloten en gaf uitleg over hoe het zaken doen werkte. Ik raakte zo al jong vertrouwd met een manier van leven die maatschappelijk niet geaccepteerd is. Mijn vader deed het voor het geld, maar als je het blijft doen ook als het niet meer nodig is, dan speelt er ook iets anders. Ik denk dat de kick, de spanning die deze manier van leven met zich meebrengt, meespeelde. Mijn moeder was volledig op de hoogte van hoe mijn vader zijn geld verdiende en heeft daarmee ingestemd. Ze heeft daarvoor een hoge prijs betaald, want ze kwam om bij de liquidatie van mijn vader. Ik was als jongvolwassene in één klap mijn ouders kwijt.

Ook al slijt het verdriet met de jaren vergeten doe je het nooit. Mijn broertje en zusje zijn een stuk jonger dan ik en de dood van onze ouders heeft grote impact op hun levens gehad. Zeker met mijn zusje heb ik een sterke band. Ik was aanwezig bij haar geboorte, want mijn vader zat toen vast en mijn moeder wilde graag dat ik en haar moeder aanwezig waren bij de bevalling. Ik was toen twaalf jaar en we waren een hecht gezin, maar gesloten naar de buitenwereld. De Corona-crisis heeft voor mij vooral veel voordelen gehad, want ik kan nu op cel met mijn broertje en zusje video-bellen. Ze wonen in het buitenland en ik heb ze niet alleen eindelijk weer eens gezien, maar ook hun omgeving en daarmee iets van hun leven.

Ik weet dondersgoed dat de keuzes die mijn vader en ik hebben gemaakt ingaan tegen wat maatschappelijk aanvaardbaar is en ieder moet daar het zijne maar van denken. Ik weet dat vastzitten één van de consequenties is van mijn handelen en daar huil ik niet om. Ik ga ook niet bij de pakken neer zitten. Ik leef in het ‘hier en nu’ en kijk niet te ver in de toekomst, zeker niet tijdens de Corona-crisis. Ik ben bijna vijftig jaar en blijkbaar is ‘bajesklant’ wat ik geworden ben. Dat is blijkbaar wie ik ben na 5 jaar jeugddetentie en 26 jaar Justitie. Ik had namelijk ook ooit een goede baan, een leuke vriendin met wie ik 3x per week uit eten kon, maar toch heb ik gekozen om de spanning op te zoeken.

Het spel te spelen waarbij ik probeerde de autoriteiten te slim af te zijn. In de Tbs-kliniek waar ik heb gezeten, verbaasde men zich erover dat ik ondanks mijn vele talenten en hoge intelligentie toch altijd weer voor het criminele pad koos. Ook vonden ze me moeilijk te peilen, maar ik vind zelf dat ik in dit stuk al heel veel van mezelf heb bloot gegeven. Ik houd privé zoveel mogelijk gescheiden van het leven in de bajes. Echt open ben ik alleen bij familieleden. Alleen zij kennen mij echt."

Quarantaineverhalen uit de bajes #5: Kattenkwaad

“Ik ben blij dat ik vader ben, want ik houd erg van kinderen. De coronacrisis betekent dat er niemand op bezoek kan komen en ik mijn zoontje niet kan zien. Vreselijk vind ik dat. Het mooie aan kinderen vind ik dat ze zich niet zo snel schamen en kleine dingen waarderen. Mijn zoontje en ik kunnen bijvoorbeeld erg genieten van een wandeling in het bos. Niemand die aan je kop zeurt en dan lekker ravotten met de hond. Voor een zoon ben je als vader heel belangrijk en het voelt soms alsof ik voor hem een soort ‘God’ ben, dat hij naar me op kijkt. Mijn eigen vader zag ik nauwelijks, omdat hij 6 dagen in de week werkte voor het gezin. Ik weet nog hoe blij ik was als hij dan eindelijk tijd had en mijn broers en mij een keertje meenam naar een pretpark. Of hoe geweldig ik het vond als hij met ons naar het zwembad ging.

Als kind was ik altijd buiten. Ik bouwde hutten met vriendjes, hielp bij de boer of haalde kattenkwaad uit. Zoals portemonneetje-trekken of belletje-lellen. Als mensen dan leuk reageerden of aangaven dat er een baby lag te slapen, dan was de lol er snel af en hielden we op. Het mooiste was als iemand door het lint ging, zoals die buurvrouw die met een bezem achter de kinderen aanzat. Het werd dan extra spannend om die deurbel in te drukken en onderling daagden we elkaar uit wie het meeste durfde. Vaak was ik dat. Ook hebben we veel lol gehad door ’s avonds met een afstandsbediening het dorp rond te gaan en stiekem vanaf buiten de tv’s te ontregelen. Dankzij ons hebben heel wat mensen hun interieur veranderd in die tijd. Toen ik nog buiten was, haalden buurkinderen wel eens streken bij ons uit waar ik soms nog intrapte ook. Ik kwam dan stiekem niet meer bij. Heerlijk vond ik dat.

Het opzoeken van spanning heeft ertoe geleid dat ik langzaamaan allerlei dingen ben gaan doen die illegaal zijn. Ik heb drugs verhandeld en daarmee veel geld verdiend. Ik heb die handel echter overgedragen aan een kameraad, nadat ik te veel ellende had gezien. Het is verschrikkelijk te zien hoe mensen de controle over hun gebruik kwijtraken en daarmee hun leven vergooien. Als hun dealer voelde ik me daar medeverantwoordelijk voor. Het ergste was nog als er kinderen in het spel waren. Het zien van die verwaarlozing heeft gemaakt dat ik er definitief mee ben gestopt. Ik heb zelf ook wel gebruikt, maar nooit drugs mijn leven laten bepalen. Ik wil iets van mijn leven maken, samen met dierbaren plezier hebben, mijn zoon zien opgroeien. Ondanks dat ik mijn brood als schilder kan verdienen, blijft het snelle geld, maar ook het voor de gek houden van mensen, lonken. Ik blijf verlangen naar die spanning die je voelt op dat moment, die ene seconde voordat je besluit om op die verboden deurbel te drukken.”

Quarantaineverhalen uit de bajes #6: Slaan, al is het de koningin

“Ik kan me van voor mijn achtste levensjaar niets herinneren en waarom dat is, weet ik niet. Ik weet wel dat ik een verlegen en onzeker kind was en dat met een grote mond probeerde te verbergen. Zo schold ik de meester uit, omdat ik dacht dat ik dan stoer was en erbij hoorde. Ik kon niet goed van me af praten, maar wel hard slaan. Dat was me thuis geleerd: als ik huilend thuiskwam nadat ik klappen van andere jongens had gehad, werd ik teruggestuurd om die jongens alsnog te grazen te nemen. Want, zo leerde mijn vader me, als iemand aan mij zat dan moest ik terugslaan. Al was het de Koningin.

Slaan werd mijn tweede natuur en door allerlei opgekropte emoties en pijnlijke herinneringen werd ik al snel onhandelbaar. Ik werd van verschillende scholen getrapt en ging al jong aan het werk. Ik heb een groot lichaam en al snel was ik zo sterk als een beer. Op vrijdagmiddag begon ik met mijn collega’s mee te drinken en met de drank kwam het beest in me naar boven. Drank maakte dat ik nergens bang voor was en heeft veel ellende veroorzaakt. Ik besef nu dat het een wonder is dat ik nog leef.

Ik heb de grenzen van mijn lichaam niet alleen opgezocht, maar ver overschreden. Toen ik op mijn 23ste drugs ging gebruiken, liep het uit de hand. Mijn leven werd extremer dan extreem. Ik kon door de combinatie met drank dagen doorgaan zonder te slapen, waardoor ik de grip op de werkelijkheid verloor. Ik begon allerlei rare beelden te zien en het heeft ertoe geleid dat ik verschillende keren totaal paranoïde ben opgepakt. Terugkijkend moest het eerst helemaal misgaan voordat ik tot inkeer kwam. En het ging mis, want ik zou in de bloei van mijn leven moeten zijn, maar mijn lichaam voelt als dat van een oude man. Ik heb zware pijnklachten en in mijn hoofd is het grote chaos. Waar ik vroeger zonder angst was, ben ik nu kwetsbaar en krijg ik therapie om meer rust te krijgen. Therapie om me te leren uiten, want ik weet nu dat wanneer een kind onhandelbaar is dat daar een reden voor is. Ik snap veel meer van hoe ik gevormd ben en wil mijn leven op orde krijgen. De grootste uitdaging wacht echter buiten wanneer die fles weer voor mijn neus staat.

Ik maak me tijdens deze Corona-crisis vooral veel zorgen om naaste familieleden, allen behorend tot de risicogroep. Mochten ze ziek worden, dan is het verschrikkelijk hier te zitten en niets voor ze te kunnen betekenen. Wanneer een bewaarder het virus bij zich draagt, dan kan het snel gaan, juist omdat we dicht op elkaar zitten. En in ‘quarantaine’ betekent hier dat je naar een speciale afdeling gaat waar je 24uur achter de deur zit zonder dat je iets mag meenemen. Ik weet dat het voor onze eigen veiligheid is, maar het voelt alsof we als ratten in de val zitten.”

Quarantaineverhalen uit de bajes #7: BZT

“Het valt me zwaar om vast te zitten in deze coronatijd. De reden is dat we geen bezoek meer mogen ontvangen en, in mijn geval als langdurig gestrafte, ook geen bezoek zonder toezicht. Dit bzt’tje staat hier binnen bekend als het seks-moment, maar het is veel meer dan dat. Het is een gelegenheid om echt even samen met mijn vriendin te zijn. Bij elkaar te liggen en met elkaar te praten zonder dat er ogen op ons gericht zijn. Het zijn juist die momenten van samenzijn die een relatie nodig heeft en mij het vertrouwen geeft dat het goed zit. Een moment dat me het gevoel geeft dat ik nog leef. Dat ik nog wat waard ben. Gelukkig is mijn vriendin een sterke vrouw, die weet hoe Justitie werkt en er voor me is ook nu ik vastzit. Het videobellen is dan ook erg confronterend, juist omdat ik er enorm naar verlang om bij haar op de bank te zitten. Haar aan het einde van de dag te kunnen vragen hoe haar dag is geweest. Dat mis ik nog het meest.

Tijdens mijn jeugd had ik vaak het gevoel anders te zijn dan mijn omgeving. In het gezin waar ik opgroeide, ging het om uiterlijke schijn en geld en ik miste de aandacht voor elkaar. Ook op school en het stadje waar ik opgroeide, voelde ik me niet thuis. Ik heb gezien dat religie maakte dat het één werd gezegd, maar het andere werd gedaan en als ik ergens niet tegen kan, dan is het wel die hypocrisie. Wees dan gewoon eerlijk. Al met al heeft het iets met mijn vertrouwen gedaan, want ik heb lang met een masker opgelopen. Ik was bikkelhard, ook voor mezelf. Door de warmte en betrokkenheid van mijn vriendin besef ik hoe ‘arm’ de omgeving was waar ik opgroeide en terugkijkend snap ik veel beter waarom ik drugs ben gaan gebruiken. Niet gezien worden en daarmee verwaarloosd worden, is een moeilijk iets en riep allerlei gevoelens in me op waar ik kapot aan ging. Drugs was op dat moment de makkelijkste manier om daarmee om te gaan. Door mijn vriendin kan ik nu kanten van mezelf kwijt waarvan ik wist dat ik ze had, maar niet kon tonen. Ik houd bijvoorbeeld erg van knuffelen en ook vind ik eerlijkheid en vertrouwen belangrijk, zeker ook omdat ik in het verleden veel ben belazerd. Gek genoeg heb ik juist hier in de bajes een aantal jongens leren kennen waar ik op kan bouwen, omdat ze me helpen zonder er al te veel voor terug te verwachten.

Ik ben goed in handelen en zie al snel waar ergens geld aan te verdienen is. Zo maakte ik als kind van oude fietsen weer nieuwe en door die door te verkopen, verdiende ik mijn eerste geld. Met het verhandelen gingen ook al snel illegale spullen door mijn vingers en de spanning die daarbij kwam kijken, is iets waar ik een zwak voor had. Ik ben altijd al iemand geweest die wilde proeven van dingen die niet mogen en dat, samen met het snelle geld, vormde een grote verleiding. Ik heb een hoge straf gekregen en dat zet me aan het denken. Het confronteert me met de vraag wat ik van mijn leven heb gemaakt en soms is het strijden tegen de gedachte dat ik een grote kneus ben.”

Quarantaineverhalen uit de bajes #8: Achter de schutting

“Ik weet nu wat ik fout heb gedaan en daar neem ik voor de volle 100% verantwoordelijkheid voor. Ik ben blij dat mijn slachtoffer is gaan praten en aangifte heeft gedaan, omdat hij daarmee erkenning krijgt voor de emotionele ontwrichting die het misbruik heeft aangericht. Het is een geruststelling dat daarmee het verleden, anders dan bij mij, niet gaat gisten. Dat er zo hopelijk ruimte is voor herstel. Want dat is op dit moment een belangrijke doelstelling in mijn leven ook al heb ik daar geen enkele invloed op: hopen dat mijn slachtoffer zijn wonden kan helen en zijn weg vindt in het leven.

Het verhaal achter mijn delict is complex en uit respect voor het slachtoffer wil ik dat dit verhaal niet herleidbaar is. Tegelijkertijd wil ik graag mijn verhaal vertellen, juist omdat zedendelinquenten zowel binnen als buiten de bajes te maken krijgen met keiharde veroordelingen. En als je niet oppast zwaar geweld. Zedenmisdrijven liggen gevoelig omdat ze diepe emotionele wonden slaan en je als mens in je wezen raken. Ik kan daar over mee praten, want opgroeiend in een tijd waar sterke taboes heersten op seksualiteit deed ik ongewenste ervaringen op waar ik me geen raad mee wist. Het waren tijden waarin niet gepraat werd over gevoel of intimiteit en deze ervaringen deden de grenzen vervagen tussen het bieden van gezonde vormen van troost en grensoverschrijdende handelingen. Het enige wat ik in die tijd kon, was deze ervaringen achter de schutting gooien. Totdat daar zoveel lag dat de schutting bezweek. Therapie heeft me geholpen het verleden onder ogen te zien waardoor ik op den duur haarscherp zag waar het mis heeft kunnen gaan. Waar ik in het verleden dacht dat ik het slachtoffer hielp en voorzag in een behoefde, snap ik nu dat ik als volwassene beter had moeten weten. Tegelijkertijd snap ik ook waarom mijn oordeel van toen vertroebeld is geraakt.

Ondanks dat ik vast zit, voel ik me, ook in deze corona-tijd, vrij, rijk en veilig. Ik ben verlost van de ballast van het verleden, want alles is in de openbaarheid gebracht. Er zijn geen geheimen meer en er is geen gistende ballast achter de schutting. Ik ben door mijn arrestatie veel bezittingen verloren, maar daardoor heb ik ontdekt dat het contact met dierbaren datgene is dat werkelijk van waarde is. De trouw van mensen die me lief zijn en die me ondanks mijn delict blijven steunen, daar ligt echte rijkdom. Tot slot voel ik me veilig, omdat ik, behorend tot een risicocategorie, nergens zo beschermd ben tegen besmettingsgevaar als tussen de vier veilige muren van de gevangenis.”

Quarantaineverhalen uit de bajes #9: Een dubbeltje op zijn kant

“Als bewaarder moet je om weten te gaan met macht. Ik heb namelijk allerlei middelen in handen om gedetineerden er onder te houden en hoe ik daarmee omga, bepaalt in grote mate hoeveel gezag ik krijg. De middelen zijn enkel bedoeld voor calamiteiten, explosieve momenten waarbij het zaak is de boel zo snel mogelijk weer rustig te krijgen. Door te laten zien dat ik die macht niet misbruik, maar respectvol en gelijkwaardig met gedetineerden om ga, draag ik bij aan een rustige groepsdynamiek op de afdeling. Niemand wil onderdrukt of in een onderdanige positie worden geplaatst en als dit wel gebeurt dan komt die persoon vroeg of laat in verzet. Dit met alle gevolgen van dien. En eigenlijk ben ik nooit echt bang geweest, ondanks dat er zeker situaties zijn geweest waarin ik heel voorzichtig moest zijn. Ook in die situaties bleef ik altijd contact met de gedetineerde zoeken. Al heb ik nog zo’n onmogelijk karakter voor me altijd laat ik merken dat ik hem zie en serieus neem. Het is mijn ervaring dat die vragende, niet-veroordelende houding gewelddadige uitbarstingen kan temperen en daardoor veel ellende voorkomt.

Ik heb ervaren dat je als bewaarder voelsprieten ontwikkelt om te horen wat er niet gezegd wordt. Gedetineerden hebben er baat bij van alles voor ons achter te houden en je wordt zeer geoefend in het tussen de regels door luisteren. Te zien wat er verborgen blijft en zo vat te krijgen op die onderstroom. Het vak van bewaarder is veel meer dan rondlopen met een bos sleutels en het oppikken en anticiperen op die subtiele signalen maakt het soms heel vermoeiend. Dat ik gemotiveerd blijf voor het vak heeft misschien wel te maken met het enige Bijbelse verhaal dat ik tijdens mijn jeugd op een gereformeerde basisschool heb onthouden. Het is het verhaal van de Barmhartige Samaritaan waarin de zorg voor een verschoppeling centraal staat. Ik kan niet tegen onrecht en mensen uitkotsen om wat ze gedaan hebben, past daar niet bij. De daad moet zeker bestraft worden, maar recht doen doe je door daders naast het straffen een tweede kans te bieden.

Ik ben 24 jaar geleden in het Pieter Baan centrum begonnen en ik weet nog dat ik op die luchtplaats besefte dat ik eigenlijk hele gewone mensen voor me zag. Het maakte dat ik mijn beeld bij moest stellen en besefte dat het belangrijk is ieder mens als individu te zien. Want opgroeiend in een achterstandswijk in Rotterdam weet ik hoezeer criminaliteit verweven kan zijn met het ‘normale’ leven. Neigingen die tot een delict kunnen leiden, zitten in ons allemaal en het is een illusie te denken jij niet kunt ontsporen. Dat het dubbeltje op zijn kant ook in mijn geval een hele andere kant had kunnen uitrollen.”

Meer over Jodie

Ik was vroeger een meisje dat keurig binnen de lijntjes kleurde. Ik had niets te maken met criminele zaken, niets te maken met dat wat niet mocht. Totdat ik vier jaar geleden als Humanistisch geestelijk verzorger aan het werk ging in de gevangenis. Onwetend over de wereld verscholen achter die dikke muren ging ik ervan uit dat deze mannen gewetenloos en misschien wel uiterst gewelddadig waren. Dat ik een plek betrad waar ik voortdurend op mijn hoede moest zijn. Ik ontdekte echter een fascinerende wereld van tralies, testosteron, tatoeages, grote spierbundels en criminaliteit. Een plek waar ik me veilig voelde door de aanwezigheid van kundig personeel. Ik ontdekte langzaam niet alleen de ongeschreven regels van de bajes, maar ook wat er schuil gaat achter de pantsers die gedetineerden hadden opgetrokken om zich te wapenen tegen het leven. Ik kreeg antwoord op die cruciale vraag waarom deze mannen er voor hadden gekozen om wèl buiten de lijntjes te kleuren.

Deze serie is bedoeld om iets van deze ervaringen op te tekenen. Het is bedoeld om mannen die sowieso al ‘binnen’ zitten een stem te geven en daarmee het omgaan met ‘gedwongen quarantaine’. Deze serie is ook bedoeld om een beeld te geven van de voorgeschiedenis van een delict, van de context, maar zeker ook de keuzes die de gedetineerde heeft gemaakt en die tot zijn inbewaringstelling hebben geleid. De gedetineerden die aan het woord komen zijn allen mannen die contact hebben of hebben gehad met mij als Humanistisch geestelijk verzorger binnen de bajes, en toestemming hebben gegeven voor het optekenen van hun verhaal. Het is vooral bedoeld om een menselijk geluid te laten horen, een menselijk geluid in onzekere tijden.