Undercover boss in de gevangenis

Deze hoofdrubriek bevat 6 rubrieken:

Weblog

Penitentiaire inrichtingen hebben moeite om psychiaters te vinden. Terwijl de gevangenis een ontzettend boeiende en veelzijdige werkomgeving is.

Ik heb altijd het voorrecht gehad om mijn werkzaamheden als ‘zorgdirecteur’ te kunnen combineren met operationeel werk als psychiater in de PI Vught. Daarmee hield ik feeling met mijn oorspronkelijke vak, mijn eerste liefde zeg maar. Voorts gaf het mij ook managementinformatie omdat ik – al was het beperkt – zelf kon ervaren hoe het er op de werkvloer aan toeging.

Piepen en kraken

Op de een of andere manier is het voor zorginstellingen altijd moeilijk om aan psychiaters te komen en deze te behouden. Vacatures all over the place en rondtrekkende dure ZZP-ers accentueren de moeilijke markt. Ook in de PI werd het zwaar weer voor de onderbezette psychiaters en begon het te piepen en te kraken. Toen diverse wervingsstrategieën geen resultaat hadden, kon ik niets beters meer bedenken dan mijzelf voor de time being meer op de werkvloer in te zetten en extra management handjes als hulplijn in te vliegen.

Iemand associeerde mijn inzet als operationeel psychiater met de kreet ‘Undercover Boss’, de titel van een TV programma naar het schijnt. Mijn huiswerk dan maar even gedaan hebbend, moet ik direct al iets corrigeren. Bij dat ‘Undercover Boss’ weet de werkvloer niet dat de baas verkleed als koffiejuffrouw of zo rondwaart. In mijn geval was dat anders, ofschoon een wat nieuwere verpleegkundige van de medische dienst mij wist te vertellen dat ik mijn directeursfunctie had neergelegd. Ik kan mij for the record niet herinneren of ze daar blij bij keek overigens. Enfin, wat is mij de afgelopen maanden nu eigenlijk opgevallen op die werkvloer?

Nou ten eerste, maar dat wist ik al, is het leuk om met ‘de poten in de klei te staan’, om met psychiatrisch gestoorden om te gaan. Vervolgens is het ook prettig om eens wat meer behandelteamleden (niet in de laatste plaats zorg- en behandelinrichtingswerkers) te leren kennen en bezig te zien met de dingen van alledag. Als je in een managementbunker woont, bereikt je bijzonder genoeg doorgaans vooral gemopper over zaken die (deels) niet goed gaan. Dat kan dan gaan over de inhoud van het werk, over randvoorwaarden maar ook over onderlinge samenwerking.

Hard werken

Als je dan zelf ‘de vloer’ opgaat, heb je dan zo’n donkerbruin vermoeden wat je daar aan zou kunnen treffen. Echter, dat bleek toch even anders te zitten. Natuurlijk, er zijn altijd zaken die beter kunnen, maar ik trof toch vooral personeel aan dat in de juiste stand stond en goede dingen deed. Betrokkenheid bij de doelgroep, belangrijke informatie delen met collega’s en vooral ook hard werken.

Want wat een bewerkelijke doelgroep hebben wij in huis. Wat een berg nieuwe inkomsten, crisisgevallen, dagelijkse bijzonderheden en zaken waarop geacteerd moet worden op een creatieve en mensgerichte manier en dat allemaal up-tempo natuurlijk. Dat varieert van de hand-in-hand begeleiding bij de isoleercellen waar je goed tegen bepaalde geuren moet kunnen, tot de onderhandelaar die – tegen de verwachting in – het voor elkaar kreeg dat een verwarde gedetineerde meewerkte aan ‘de procedure’ waarna het Interne Bijstands Team – professioneel als altijd – zijn ding deed.

En dan was daar een vaktherapeut die in een huiskamer gitaar speelde met een man die volstrekt de weg kwijt was, als korte onderbreking van een wekenlang durende isolatie en de zorg- en behandelinrichtingswerker die een man iedere tien seconden instrueerde over in bad gaan omdat hij anders de shampoo opdronk en niet wist hoe hij zich moest afdrogen. Niet te vergeten het eerste incident op de ‘prepassanten afdeling’ waar door het team een nieuw evenwicht gevonden moest worden met de nieuwe doelgroep en de moeilijke puzzel die op de terroristenafdeling telkens gelegd moest worden om al die ‘subsoorten’ en hun complexe onderlinge beïnvloedingen te stroomlijnen.

'Never a dull moment'

Ga er maar aan staan dus. Dan ga je vanuit het werkvloerperspectief bijna begrijpen waarom het moeilijk is om aan psychiaters te komen. Hier moet je namelijk hard werken, omgaan met een complexe doelgroep en na de ‘isoronde’ plakken je schoenen nogal eens en moet je vooral niet vergeten je handjes te wassen. Maar tegelijkertijd begrijp ik er ook weer niets van. Het is immers inhoudelijk zo’n leuk en maatschappelijk gezien zeer noodzakelijk werk. Er wordt veelal prima gepresteerd en er is ‘never a dull moment’. Last but not least: er is de nodige humor hetgeen belangrijk is om tegenwicht te bieden aan de druk van alledag.