Islam achter tralies

Lezing en iftar van Dienst Geestelijke Verzorging

De zon gaat onder, en dan klinkt de adhan  - de oproep tot gebed. Vandaag gebruikt een groep van zo’n 150 DJI-collega’s een bijzondere iftar. De maaltijd is georganiseerd rondom het thema Islam achter tralies op initiatief van de islamitische Dienst Geestelijke Verzorging.

Tegen het einde van de middag druppelen de gasten binnen in kasteel De Vanenburg in Putten. Veel van hen zijn geestelijk verzorger in een van de DJI-inrichtingen, merendeels islamitisch, maar er zijn ook geestelijk verzorgers van andere denominaties. Daarnaast zijn er vestigingsdirecteuren, beleidsmedewerkers en andere geïnteresseerden. Bij de mensen die deze ramadan vasten zal de concentratie op dit tijdstip van de dag wellicht wat minder zijn, maar daar is niets van te merken als de bekende imam en theoloog Khalid Benhaddou zijn verhaal houdt. Hij laat zijn licht schijnen op het hoofdonderwerp van deze dag: islam achter tralies.

Beeld: © DJI / Sushilla Kouwen

Khalid Benhaddou houdt de lezing 'Islam achter tralies'

Religiesensitief handelen

In Nederlandse justitiële inrichtingen zitten veel justitiabelen met een moslimachtergrond. Net als andere gedetineerden kunnen zij een beroep doen op geestelijke verzorging om hun geloof te kunnen beleven. Zo kunnen zij meedoen aan religieuze bijeenkomsten of één op één contact hebben met een geestelijk verzorger. Benhaddou staat in zijn lezing stil bij religiesensitief handelen in een gesloten setting. Hij stelt dat religiesensitief handelen in een inrichting niet alleen om kennis, maar ook om de juiste attitude en vaardigheden van PI-medewerkers vraagt. ‘Juist in een hyperdiverse samenleving is empathie van groot belang. De gevangenissetting vraagt daarbij bovendien om een praktische aanpak. Probeer praktische religieuze problemen ook praktisch te houden, niet alles hoeft meteen naar een moralistische discussie te worden getild.’ Geestelijk verzorgers kunnen daar met hun expertise een bemiddelende rol in spelen.

Benhaddou geeft in dit verband een voorbeeld – weliswaar niet uit de gevangenissetting, maar wel een praktisch en daarmee herkenbaar voorbeeld. ‘Een scholier met en islamitische achtergrond wilde kok worden, maar wilde geen varkensvlees verwerken. De school weigerde hem tegemoet te komen. Dat dreigde te escaleren, en mijn hulp werd ingeschakeld. Ik vroeg de scholier of hij met plastic handschoenen wél varkensvlees wilde verwerken, en dat was zo. De school ging daarmee akkoord. Het probleem was meteen opgelost, de hakken gingen uit het zand.’

Praktische aanpak

Zo’n pragmatische aanpak past vooral binnen wat Benhaddou het ‘groene kader’ noemt. Dat is anders dan het rode kader, dat gaat over de regels waar iedereen zich aan móet houden, omdat die bijvoorbeeld zijn vastgelegd in de Grondwet of de Penitentiaire Beginselenwet. Het groene kader biedt meer ruimte voor praktisch handelen. Dan gaat het bijvoorbeeld over bezoekregelingen, dagprogramma’s of de inzet van personeel. Benhaddou geeft een voorbeeld: ‘Een groep wil samen bidden. Hoe ga je daarmee om, want de veiligheid moet ook gegarandeerd blijven? Binnen het groene kader kun je daarin met elkaar afstemmen. Is het misschien mogelijk om te maximeren op een groepje van vijf? Een ander voorbeeld: kun je de werktijden van een gedetineerde misschien aanpassen tijdens de ramadan?’

Het zijn herkenbare situaties voor de aanwezige collega’s en geestelijk verzorgers, af te lezen aan het instemmende geknik in de zaal.

Beeld: © DJI / Sushilla Kouwen

Wim Saris, DG van DJI.

Ruimte voor verbondenheid en delen

En ook bij DG Wim Saris resoneert de oproep om bij conflicten of spanningen rond religie vooral praktische oplossingen te zoeken, zo blijkt bij zijn korte toespraak na afloop. ‘We leven in een ingewikkelde wereld, en werken in detentie is een ingewikkeld vak, en daarbinnen is de geestelijke verzorging nog eens extra ingewikkeld’, zo start hij. ‘Wat bij mij blijft hangen uit het verhaal van Khalid Benhaddou is de oproep om vraagstukken praktische te benaderen, en zijn nadruk op empathie en dialoog. Een bijeenkomst als deze is belangrijk. Het geeft ons meer kennis over de islam, maar ook leer ik bij deze iftar over verbondenheid en delen. Dat maakt deze bijeenkomst bijzonder en waardevol.’

Of zoals Sefa Bağci, het adjunct-hoofd van de Dienst Geestelijke Verzorging al zei bij de aftrap van de bijeenkomst: ‘De ramadan is een periode van bezinning, verdieping, dankbaarheid en saamhorigheid. En door samen te eten ontstaan verbinding, dialoog en begrip.’

Beeld: © DJI / Sushilla Kouwen