Artiest Mark Beerepoot voor muurschildering

De PI als canvas

Airbrush Beerepoot

Wie met oud-DJI'er en airbrush artist Mark Beerepoot (42) door de gangen van het Justitieel Complex Zaanstad loopt, merkt al snel dat hij hier thuis is. Niet alleen omdat hij feilloos de weg weet, maar ook omdat hij regelmatig wordt herkend door oud-collega's. ‘Ga je weer kleuren vandaag?’ roepen ze hem lachend toe.

Tot vijf jaar geleden werkte Mark nog als arbeidsbegeleider in JC Zaandstad. Inmiddels is hij fulltime airbrush artist. Zijn werk is te zien in bijna alle inrichtingen van DJI. Maar het begon hier.

Met vastberaden tred loopt Mark naar de plek waar alles begon: de gang die leidt naar de ouder-kindruimte. Aan de muur kijken twee vrolijke, cartooneske schapen de bezoekers aan. Ze staan onder een grote boom. De tekening is speels en vriendelijk – precies de bedoeling, legt Mark uit. ‘Kinderen komen hier om hun vader te bezoeken. Dat is al ingrijpend genoeg: papa zit in de gevangenis, ze moeten door een kale betonnen gang, en dat kan overweldigend en angstig zijn. Toen ik werd gevraagd om na te denken over een kindvriendelijke aanpak, wist ik meteen dat een visuele, verhalende route zou helpen.’

’Mijn werk betekent iets voor mensen’

De keuze voor schapen was geen toeval. Buiten de instelling grazen ze in de berm. ‘Ik vond het passend dat dezelfde dieren de kinderen symbolisch begeleiden. Volg ons maar, dan kom je bij papa.’ Het concept sloeg aan. Wat begon als een enkel project, groeide uit tot een herkenbare stijl in meerdere PI’s. ‘In Lelystad leidt een poesje de weg, in andere inrichtingen een tijgertje. Overal krijgt de route een eigen karakter.’

Vrolijke kunst

Binnen de muren van JC Zaanstad was men meteen enthousiast, maar hoger in de organisatie moest eerst worden nagedacht: hoort vrolijke kunst hier wel thuis? Ook de architect had twijfels. Na enkele maanden overleg kreeg Mark groen licht. ‘Toen ik kon beginnen, trok ik mijn oude werkbroek aan en ging aan de slag. Ik airbrushte toen nog maar parttime, dus dit project voelde als een enorme kans.’

Hoewel Mark al sinds zijn jeugd tekent, duurde het lang voordat hij wist wat hij wilde worden. Met een grijns: ‘Mijn vader was slager, dus wilde ik bakker worden. Uiteindelijk werd ik militair. De kazerne waar ik toen werkte heb ik trouwens ook beschilderd.’

Toen hij jaren later bij DJI aan de slag ging, deed hij parttime airbrushwerk. Maar het liep snel uit de hand – in positieve zin: de opdrachten stroomden binnen. ‘Op een gegeven moment kon ik mijn werkzaamheden binnen DJI niet meer goed combineren met de opdrachten. Vijf jaar geleden hakte ik daarom de knoop door. Spannend was het zeker: zou ik als freelancer genoeg werk krijgen?’

Beeld: © DJI / Michel Campfens

Herkenbare signatuur

Inmiddels heeft hij bijna elke PI in Nederland voorzien van kunst. Schilderijen op de werkzalen, in therapieruimtes, sport- en fitnesruimtes en op de buitenmuur van luchtplaatsen. Zijn signatuur is herkenbaar: vrolijke kleuren, cartoonachtige vormen, strakke belijningen en af en toe hyperrealistische elementen. Zijn tag is een berenpoot, een knipoog naar zijn achternaam.

Op straat kom je zijn werk niet tegen. ‘Ik ben geen straatartiest, maar ik krijg wel regelmatig de vraag of ik iets illegaals gedaan heb. Nou, ik heb één keer in mijn leven graffiti gespoten en dat liep meteen verkeerd af. Ik werd betrapt. Nota bene door mijn eigen vader. Samen met mijn buurjongetje, die een spuitbus had, hadden we onze naam op de muur van het huis van de buren gezet. Hoe stom kan je zijn. Dan weten ze gelijk wie het was, maar ja, we waren een jaar of tien.’

Rust in de iso

Ondertussen staat Mark in een isoleercel die hij beschilderd heeft. Op een van de muren is het elke dag hoogzomer. De zon gaat er onder. We zien een strandje. Palmbomen. ‘De mensen worden er rustig van’, aldus Mark. In een andere door hem beschilderde isoleercel zien we een berglandschap. Veel groen. De PI als canvas. Voor Mark voelt elke muur als een leeg doek. Wanneer hij dan ook door de personeelsgang loopt, knikt hij naar de kale muren. ‘Hier kan zoveel meer mee. Waarom zou deze route niet net zo uitnodigend kunnen zijn als de gangen voor bezoekers?’

Ooit liep hij hier zelf en dat merk je. Regelmatig wordt hij aangesproken: “hé Mark, ga je weer iets kleuren vandaag?” Het contact met zijn oud-collega's is wat hij uit zijn DJI-tijd het meest mist. ‘Samen sporten, een praatje bij de koffie, simpelweg iemand elke dag gedag zeggen – dat zijn dingen die je als freelancer minder vaak meemaakt. Het artiestenbestaan is mooi, maar soms ook eenzaam.’

Toch heeft hij geen seconde spijt van zijn keuze. ‘Ik leef mijn droom. Mijn werk betekent iets voor mensen, en ik doe wat ik het liefste doe. Wie kan dat zeggen?’