Afvalhub in PI Dordrecht leidt tot enorme reductie restafval
Duurzaamheid
Het klinkt vies, maar afvalscheiding is een van de meest concrete manieren om bij te dragen aan klimaatdoelen. De noodzaak is er: de doelstelling voor restafval binnen de rijksoverheid is 35% van het totale afval, DJI zit nu nog op 78%. Als organisatie die meer dan een kwart van al het afval binnen het Rijk op haar conto heeft, moeten er dus stappen worden gezet. Hoe? In PI Dordrecht worden klinkende resultaten geboekt met de Afvalhub.
In een werkzaal van PI Dordrecht staat sinds anderhalf jaar een scheidingstafel. Op het glimmende ijzer hangen bordjes met ‘PMD’ en ‘Etensresten’ boven grote, vierkante gaten. Onder die gaten staan kliko’s, die eenmaal gescheiden het afval opvangen. Dagelijks spitten, sorteren en scheiden meerdere gedetineerden hier al het afval van de PI. En ze komen de gekste dingen tegen. Van magnetrons tot kunstgebitten en wekkers tot medicatie. ‘Dagelijks kom je wel een stuk of 10 handdoeken tegen’, zegt projectleider Afvalhub Froukje Terpstra. ‘Dat is niet normaal.’
Afval is niet gratis
Wat begon als een experiment om rijksbrede duurzaamheidsdoelen te halen, blijkt in de praktijk veel meer te zijn: een werkplek, een meetinstrument en een call to action die de hele organisatie in beweging zet. En dat is hoognodig. DJI is verantwoordelijk voor een kwart (26%) van al het afval binnen de rijksoverheid. Van dat afval bestaat maar liefst 78% uit restafval. Ter vergelijking: de rijksdoelstelling is maximaal 35% restafval.
Daar valt nog een wereld te winnen. In de meeste penitentiaire inrichtingen vindt namelijk nauwelijks afvalscheiding plaats. Al die handdoeken, wekkers en magnetrons: ze verdwijnen klakkeloos in dezelfde container. Dat heeft niet alleen milieugevolgen, maar ook een kostenplaatje. Elke kilo die als restafval wordt afgevoerd, moet worden vervoerd en verwerkt. En dat kost geld. Andersom geldt: Minder restafval betekent minder CO2-uitstoot, minder grondstoffenverspilling en, met oplopende afvalheffingen in het verschiet, ook minder kosten.
En daar zijn ze in Dordrecht mee aan de slag gegaan. In de Afvalhub, een initiatief opgezet door Wolter van der Vlist (coördinator team Duurzaam DJI), scheiden gedetineerden handmatig het afval van de leefafdelingen, werkzalen, kantine en kantoren. Plastic, karton, voedingsresten; elke reststroom van waarde die gerecycled kan worden, wordt eruit gefilterd. Het resultaat na scheiding: minder dan 15% restafval. Twintig procentpunt onder de Rijksdoelstelling.
Afval scheiden kan dus gewoon. Jennes, arbeidsbegeleider bij de Afvalhub, vindt het eigenlijk heel logisch dat DJI zijn afval scheidt: ‘Als overheid vragen we van burgers en bedrijven van alles rondom afvalscheiding. We moeten dat dan zelf natuurlijk ook doen. Met de Afvalhub laten we zien dat het kan.’
Beeld: © DJI / Laura Sofie van der Reijden
Zichtbaar maken wat wordt weggegooid
Volgens Wolter van der Vlist is de Afvalhub meer dan een scheidingsstation. ‘Afval is het DNA van een bedrijf. Je ziet wat er overblijft en creëert zo inzicht.’ Doordat de hub zichtbaar maakt wat er precies wordt weggegooid, ontstaat er ruimte voor een ander gesprek. Intern in een PI, maar ook organisatiebreed. Waarom belanden er zoveel handdoeken in de afvalbak? Wat zegt dat over hoe materialen worden beheerd? ‘Omdat we nu overzicht hebben en weten wat er wordt weggegooid, kunnen we daar het gesprek over aangaan. En zorgen dat er uiteindelijk minder in de vuilnisbak belandt. Zo verbeter je ook de bedrijfsvoering.’
Die verbeterde bedrijfsvoering heeft ook invloed op de kosten. Op dit moment is restafval relatief goedkoop af te voeren en te verwerken, maar daar komt verandering in. Komende jaren worden CO2-heffingen en restafvalheffingen stapsgewijs verhoogd. Organisaties die niet scheiden, gaan dat steeds harder voelen in hun portemonnee. Voor DJI, met zijn omvangrijke afvalstroom, zijn de gevolgen groot.
’Gedetineerden zien direct wat hun inspanningen opleveren’
Meer dan een vuilnisbak
De Afvalhub is formeel geen werkzaal, maar een facilitaire voorziening. Toch biedt de hub iets wat in een gewone werkzaal lastig te organiseren is: zinvol, afwisselend werk, met een meetbaar resultaat. Gedetineerden zien direct wat hun inspanningen opleveren. Arbeidsbegeleider Jennes: ‘Het is uitdagender, afwisselender en er zijn telkens nieuwe doelen. De jongens maken er een wedstrijdje van. Dat vinden ze erg leuk.’ En de geur, die buitenstaanders misschien als nadeel zouden noemen? ‘Die valt wel mee, want het afval is maximaal 24 uur oud.’
Samen met EcoSmart, onderdeel van afvalverwerker Renewi, ontwikkelt DJI momenteel een opleiding op maat voor de Afvalhub. Gedetineerden kunnen zo een officiële opleiding en certificering behalen, waarmee hun werkervaring ook buiten de muren waarde heeft en ze makkelijker aan een baan na detentie kunnen komen. Het doel is dat zij in de loop van 2026 een erkend certificaat kunnen krijgen.
Beeld: © DJI / Laura Sofie van der Reijden
Een vlam aangewakkerd
Na anderhalf jaar draaien is de vraag: komt er in elke PI een Afvalhub? Regelmatig komen bezoekers uit het hele land en zelfs uit het buitenland in Dordrecht kijken. Ze willen zien hoe het werkt, en of het bij hen ook kan. Het antwoord dat Dordrecht geeft, is eenvoudig: het kan gewoon.
Projectleider Froukje Terpstra ziet ook wat het intern teweegbrengt. ‘Er is een vlammetje aangewakkerd. Afval scheiden is ingewikkeld en mensen weten niet precies hoe het goed kan. Ze komen allemaal in Dordrecht kijken en zijn enthousiast.’ De samenwerking binnen de PI is verbeterd, en het project maakt mensen in alle lagen van de organisatie trots. ‘Het verbindt de eilandjes, dat is mooi om te zien.’
Als de Afvalhub op termijn wordt uitgerold naar andere locaties - iets waar nu al aan wordt gewerkt, in samenwerking met InMade - kan DJI zijn duurzaamheidsdoelen op het gebied van afval realistisch in beeld krijgen. En waarmaken. Froukje Terpstra: ‘Facilitaire teams en werk-leerafdelingen trekken hierin samen op. Dit levert zinvol werk op, biedt relevante managementinformatie voor de bedrijfsvoering en bereidt ons voor op stijgende kosten voor restafvalverwerking. Natuurlijk kost het implementeren tijd en is het spannend. Maar op de langere termijn levert het veel op.’