Samenwerking UWV en DJI
'Met meer gegevens kunnen we gedetineerden beter op weg helpen'
Om een goede indruk te krijgen van de werkervaring en opleiding van een gedetineerde, is het nuttig dat organisaties zoals DJI en het UWV relevante gegevens met elkaar kunnen delen. Tot nu toe kwam loopbaaninformatie vooral van de gedetineerde zelf, maar dat heeft zijn beperkingen. Een nieuwe aanpak waarin DJI en het UWV samen optrekken is succesvol.
Dit succes werd gedeeld op de Dag van de Publieke Dienstverlening. Daar vertelden de betrokkenen hoe op een verantwoorde manier veel meer gegevens met elkaar gedeeld kunnen worden. Want ‘verantwoord’ is en blijft het uitgangspunt.
Beeld: © DJI / Sander Foederer
Marja ter Horst
Marja ter Horst is bij Dienst Justitiële Inrichtingen verantwoordelijk voor het werk- en leertraject van gedetineerden. Zij vertelt: ‘Om een (ex- )gedetineerde goed te kunnen ondersteunen is het van belang dat DJI en andere ketenpartners bij in- en uitstroom een onafhankelijk beeld hebben van onder andere de arbeids- en inkomenspositie. Betaald werk of een uitkering is een belangrijke voorwaarde om succesvol te kunnen re-integreren. Verantwoorde gegevensdeling tussen verschillende ketenpartners is een effectief middel om de de (ex-)gedetineerde te faciliteren bij de invulling hiervan. In de ideale situatie kunnen collega’s van verschillende verantwoordelijke ketenpartners gebruikmaken van de gezamenlijke gegevens. Zo kijken we over de muren van organisaties heen, in het belang van de versterking van de arbeidsmarktpositie van de (ex-)gedetineerde en daarmee de maatschappij.
Beeld: © DJI / Sander Foederer
Ann-Marie Kühler
Verantwoord datagebruik
Om die reden klopte het team van Marja in 2023 aan bij de IBDS. IBDS staat voor Interbestuurlijke Datastrategie. Deze organisatie heeft één hoofddoel: verantwoord datagebruik door de overheid bij maatschappelijke opgaven. Ze kwam in contact met de Adviesfunctie Verantwoord Datagebruik van de IBDS. Daar kunnen ambtenaren laagdrempelig een casus inbrengen wanneer zij knelpunten ervaren bij het delen van gegevens. Ann-Marie Kühler is juridisch adviseur bij de Adviesfunctie en vertelt dat de casus van DJI heeft geleid tot een adviesrapport dat eind 2025 is opgeleverd. ‘Wat wij voor zo’n adviesrapport doen, is onderzoeken en beschrijven wat er organisatorisch, technisch, juridisch en ethisch wél kan en onder welke voorwaarden dan. Dat is vaak heel anders dan wat binnen de overheid nu nog de eerste reactie is. Er wordt al snel gezegd: het kan niet, want het gaat over persoonsgegevens en die kun je toch niet zomaar delen?’
Dat blijkt dus erg mee te vallen. DJI stelde de Adviesfunctie zes concrete vragen, vooral over het delen van werk-, inkomens, uitkerings-, en opleidingsgegevens tussen ketenpartners. Het adviesrapport geeft op al die zes vragen een duidelijk antwoord. Daarin worden de juridische en ethische elementen helder afgewogen. In de conclusie staat vervolgens welke gegevens wél gedeeld kunnen worden, en in sommige gevallen welke aanpassingen er nodig zouden zijn in de wet- en regelgeving, organisatorisch, technisch of ethisch om alsnog gegevens verantwoord te kunnen delen. ‘Er is echt meer mogelijk dan je denkt’, zegt Kühler.
Beeld: © DJI / Sander Foederer
Gerben Willemsen
In kaart brengen
En daar komt ook het UWV in beeld. Gerben Willemsen is product owner bij het UWV en in die rol was hij al langere tijd bezig met de doelgroep Wajong cliënten, die een oververtegenwoordiging in detentie blijken te hebben. ‘Een jaar of vier geleden zijn we een onderzoek gestart om dit preciezer in kaart te brengen. Toen we de aantallen in kaart gebracht hadden, hebben we een nulmeting uitgevoerd gericht bij een groep van 250 Wajongers in detentie. De Wajongers in detentie zijn vooral mannen met veelal psychische problemen, soms ook analfabeet. In onze nulmeting hebben we ons gefocust op een periode van anderhalf jaar. Daar kwam een interessant beeld uit naar voren. Veel van hen kwamen meermalen in detentie terecht, tot zelfs zeven van hen die in anderhalf jaar maar liefst vijf keer vast kwamen te zitten.’
Het probleem met deze groep is dat hun uitkering tijdens detentie wordt stopgezet en pas na uitstroom weer geactiveerd (‘herleefd’) wordt, op initiatief van de persoon zelf. Het UWV onderzocht of het klopt dat deze groep in geldnood verkeert. ‘De helft van hen deed er twintig dagen of langer over om hun eerste uitkering aan te vragen. Sommige deden dat zelfs pas na drie maanden. Dan kun je op je vingers natellen dat het risico groot is dat ze dingen gaan doen waardoor ze weer in de gevangenis kunnen komen.’
Snel over geld beschikken
Willemsen vervolgt: ‘Bij het UWV stelden wij onszelf de vraag: moeten we niet iets met dat gegeven? Onze missie is immers dat we mensen naar werk helpen, en dat we ze helpen met een uitkering als dat – al dan niet tijdelijk – niet lukt. Het is van belang dat deze groep zo snel mogelijk na detentie over geld kan beschikken. Juist die eerste dagen na detentie is het risico groot dat ze opnieuw de fout in gaan om snel aan geld te komen. Dit heeft geleid tot de pilot in zes gevangenissen waarbij we onderzoeken of we dit kunnen oplossen door tijdens detentie gegevens uit te wisselen over de uitstroomdatum van de gedetineerde, zodat de gedetineerde sneller over geld kan beschikken. Een voorwaarde is dat de gedetineerde zelf de aanvraag doet, zo blijkt uit het advies van de IBDS.
Het gezamenlijk optrekken mét een helder advies in de hand heeft tot een heel concrete aanpak geleid. In de pilot die per 1 juli in meerdere gevangenissen gaat lopen, vult de gedetineerde in het re-integratiecentrum (RIC) van de gevangenis een aanvraagformulier in, vervolgens krijgt het UWV een seintje over de datum waarop iemand vrijkomt en wordt er binnen 72 uur een betaling gedaan.
Koudwatervrees
Het is een voor de hand liggende route, en ook een begrijpelijke wens van alle betrokkenen dat dit zo loopt. Tegelijk heeft dit juridisch en vanuit het streven naar dataminimalisatie nog best wat voeten in aarde. Willemsen, Ter Horst en Kühler vatten het zo samen: ‘Er is best wat koudwatervrees bij de betrokken organisaties, want iedereen is ook bang om negatief in het nieuws te komen. Gedetineerden zijn al geen populaire groep, en dan ‘geef’ je ze ook nog zomaar geld. Maar uiteindelijk dient een oplossing allemaal hetzelfde maatschappelijke belang en zien we dat dit ook een bijdrage levert aan een veiliger samenleving en een tweede kans voor een kwetsbare groep. En dat terwijl het tegelijk de overheid in staat stelt om efficiënter en slagvaardiger te opereren. Daar is het ons uiteindelijk om te doen. De bijvangst is een betere en eenvoudiger samenwerking.’