'Ik wil aan de slag met realistische oplossingen'
Claudia van Bruggen
De nieuwe staatssecretaris van Justitie en Veiligheid kent DJI van binnenuit. Claudia van Bruggen werkte in het verleden als plaatsvervangend hoofd detentie- en re-integratie in PI Zwolle. Deze week lanceerde ze een omvangrijk actieplan voor de komende jaren. ‘Ik ga mijn uiterste best voor DJI doen’, vertelt ze in een exclusief interview.
Het was even wennen voor Van Bruggen (1980). Ze maakte heel plotseling de overstap van de Mesdagkliniek in Groningen naar ‘het Haagse’. Na 24 uur bedenktijd stapte ze uit volle overtuiging aan boord van het kabinet van D66, VVD en CDA. Al staat één ding voor haar als een paal boven water: ‘Ik wil in contact blijven met de mensen voor wie ik het doe.’
Hoe bent u in beeld gekomen als staatssecretaris?
‘Ik ben al lang verbonden aan D66. Ik ben acht jaar gemeenteraadslid geweest in Zwolle en daarnaast had ik een aantal neventaken voor het landelijk bestuur, zoals het coachen van nieuwe talenten. Dat deed ik naast mijn werk. Ik heb een aantal jaren voor PI Zwolle gewerkt, was directeur bij het Leger des Heils en de laatste jaren was ik lid van de Raad van Bestuur bij de Mesdagkliniek. Tot ik werd gebeld door de formateur met de vraag of ik staatssecretaris wilde worden. Ze zochten mensen met kennis van het veld.’
Kwam dat als een verrassing?
‘Als een enorme verrassing! Er zijn heel veel, hele goede mensen die volgens mij ook in aanmerking kwamen, dus dan is het wel bijzonder als je gebeld wordt. En eervol natuurlijk, al moest ik ook even slikken en er 24 uur over nadenken. Ik was nog lang niet uitgekeken bij de Mesdagkliniek. Ik stond daar dicht bij de mensen voor wie ik het doe, en dat vond ik heel fijn. Eén ding wist ik zeker: als ik naar Den Haag ga, kom ik verder van die mensen af te staan.’
En toch zei u ‘ja’.
‘Ja, en uit volle overtuiging. Want ik kan wél organiseren dat ik in contact blijf met de mensen. Bovendien weet ik als geen ander dat er veel moet gebeuren in het justitiële werkveld. Het is een verantwoordelijke baan waarin ik dingen kan bereiken. Dus heb ik verstand en gevoel een beetje uit elkaar getrokken en gezegd: ik ga dit doen! Een kleine week later zat ik in Den Haag.’
Beeld: © DJI / Michel Mees
Claudia van Bruggen
Hoe waren de reacties in de Mesdagkliniek?
‘Ik wilde niet als een dief in de nacht vertrekken, ook al ging het heel snel allemaal. Ik heb daarom een gezamenlijke bijeenkomst met collega’s en patiënten georganiseerd. Dat was heel goed. Wat mensen mij meegaven was: blijf jezelf en wordt geen Haagse. Na mijn eerste publieke optreden in mijn nieuwe rol kreeg ik een appje van een naaste collega die schreef: “Gelukkig, ik ken je nog.”’
En kreeg u ook reacties van oud-collega’s uit de PI Zwolle?
‘Toen het nieuws naar buiten kwam dat ik staatssecretaris werd, werd ik op een avond heel laat gebeld door een mij onbekend nummer. Ik nam toch maar op. Het was een oud-bibliothecaresse uit PI Zwolle, inmiddels met pensioen. Ze belde mij vanaf haar vaste lijn om me geluk te wensen. Dat raakte me wel. Daarnaast veel appjes en berichtjes van oud-collega’s. De teneur was meestal: wat fijn dat er nu iemand ‘van ons’ in Den Haag zit.’
’Ik wil van mensen horen hoe het nu in de praktijk is’
U bent heel recent met een actieplan gekomen met daarin een waaier aan maatregelen. Voelde u dat snelheid geboden is?
‘Ik zie dat de problemen groot zijn in het werkveld van DJI. Het is natuurlijk niet voor niets code zwart. De druk op de capaciteit is boven de 99 procent. Dat is zoveel dat er geen ruimte is om te schuiven, er is geen lucht meer, en dat heeft consequenties voor de veiligheid. Ook van het personeel. Daar heb ik dus iets te doen. Dat zit hem deels in het realiseren van meer bedden. Tegelijk geloof ik niet in het klakkeloos opplussen van cellen. Ik wil ook kijken naar hóe we straffen. Die discussie wil ik, mede gezien mijn ervaring, wel aangaan.’
Van Bruggen wijst op een kunstig gelaste frikandel en hamburger in de kast op haar werkkamer. ‘Gemaakt door een patiënt in de Mesdag Kliniek. Hij komt nooit meer vrij, maar dit maken geeft hem wel een gevoel van eigenwaarde. Ik geloof erin dat iedereen recht heeft op een humane periode achter de muren. Ook als er misschien geen sprake is van re-integratie.’
Dat klinkt mooi, maar ‘anders straffen’ is in deze tijd makkelijker gezegd dan gedaan...
‘Ja, dat is een enorme uitdaging. Onze samenleving is risico-avers. Veel mensen roepen om meer en hardere straffen en zien veroordeelden graag voor lange tijd achter de gevangenismuren verdwijnen. Ik zie een groep die daar misschien niet het meest bij gebaat is, voor wie de gevangenis eigenlijk niet de beste plek is. Dat heeft ook te maken met de veranderde doelgroep. Toen ik plaatsvervangend hoofd detentie- en re-integratie was, had ik veelal te maken met zware criminelen, maar door bezuinigingen in de GGZ zie je nu dat er ook mensen instromen in onze inrichtingen die daar eigenlijk niet thuishoren, bij wie dat voorkomen had kunnen worden. Los van dat we voor deze mensen dus eigenlijk helemaal geen plek hebben, denk ik ook niet dat hen langdurig vastzetten niet altijd het beste antwoord is op onze opdracht: mensen veilig laten terugkeren en meedoen in de samenleving.’
‘Toen ik bij DJI werkte, was de druk er nog niet zo hoog’
Wat kunt u voor deze mensen doen?
‘Onder meer stevig samenwerken in de keten. Er zal moeten worden geïnvesteerd in jeugdzorg bijvoorbeeld. Maar de oplossing ligt deels ook bij huisvesting. Want mensen hebben een dak boven hun hoofd nodig voor een succesvolle re-integratie. En wat te denken van werk? Werkgevers zitten te springen om arbeidskrachten. Ik wil me ervoor inzetten om justitiabelen te laten matchen met de vraag. Het is dus een gezamenlijke opdracht, we kunnen het als DJI niet alleen.’
Hoe helpt uw ervaring bij DJI u daarbij?
‘Aan de ene kant enorm. Ik hoef niet per se op werkbezoek om te weten wat een gevangenis eigenlijk is. Aan de andere kant vind ik het belangrijk om die werkbezoeken wel te doen. Ik heb niet bij DJI gewerkt toen de werkdruk zó hoog was, dus dat wil ik zelf ervaren door mee te draaien op een afdeling. Ik wil van mensen horen hoe het in de praktijk is, en ook hoe de Wet Straffen & Beschermen de werkdruk beïnvloedt. Mijn indruk is dat DJI’ers daardoor steeds meer tijd achter een computer moeten doorbrengen – allemaal tijd die niet naar de gedetineerden gaat.’
Wanneer bent u tevreden als uw termijn als staatssecretaris er over vier jaar op zit?
‘Ik hoop dat mensen in het veld over vier jaar het gevoel hebben dat er iemand in Den Haag zijn stinkende best voor ze heeft gedaan. Dat ze met plezier naar hun werk gaan, en dat het veilig is. Ik zie dat dat onder druk staat, en dat maakt me vastbesloten om zo snel mogelijk aan de slag te gaan met realistische oplossingen. Al moet ik waarschuwen dat de problemen écht niet morgen opgelost zijn, ik kan in elk geval maatregelen nemen die echt iets bijdragen. Ondertussen staan DJI’ers er wel gewoon elke dag, en dat is iets wat me ongelofelijk trots maakt.’