Veenhuizen uitgeroepen tot Werelderfgoed

Veenhuizen is uitgeroepen tot Unesco Werelderfgoed. Het gevangenisdorp dankt die titel aan zijn bijzondere geschiedenis als Kolonie van Weldadigheid. PI Veenhuizen (Norgerhaven, Esserheem en Klein Bankenbosch) maakt deel uit van dit Werelderfgoed, net als het Gevangenismuseum.

Veenhuizen uitgeroepen tot Werelderfgoed
©DJI

Strafinrichtingen

De geschiedenis van de kolonie Veenhuizen begint in 1818, als er een plek wordt gebouwd waar landlopers, bedelaars en wezen uit het hele land kunnen worden opgevangen. In Veenhuizen verblijven in de begintijd vooral kinderen. In 1859 worden de gestichten overgenomen door de rijksoverheid en omgevormd tot strafinrichtingen. Tot op de dag van vandaag zijn de inrichtingen in Veenhuizen in gebruik als gevangenis.
Tegenwoordig verblijven ongeveer 600 gedetineerden in de Penitentiaire Inrichting (PI) Veenhuizen, die bestaat uit de gevangenissen Norgerhaven, Esserheem en Klein Bankenbosch.
 

Bijzonder dorp

Voor het gevangenispersoneel werd er een klein dorp rond de inrichtingen gebouwd. Pas sinds 1981 is er vrije toegang tot het dorp. Voor die tijd was Veenhuizen verboden terrein voor niet-gevangenispersoneel. Veel bewaarderswoningen en enkele andere gebouwen zijn inmiddels verkocht, maar een groot deel van Veenhuizen is nog steeds eigendom van de Rijksgebouwendienst.

Meer informatie over het verleden van het dorp Veenhuizen vind je in het Gevangenismuseum.

De erkenning door de Unesco moet een economische boost geven aan de regio vanwege de aantrekkingskracht die de status heeft op toeristen. Ook betekent het dat de overheid verplicht is om het erfgoed goed te onderhouden.