Joodse geestelijke verzorging

'Wie een fout begaat, is nooit afgeschreven'

Missie

De joodse geestelijke verzorging biedt geestelijke, religieuze en maatschappelijke zorg aan joodse ingeslotenen. Aangezien joodse gedetineerden een hele kleine groep vormen in het gevangeniswezen (circa 2%), is het leiden van een joods leven in een justitiële inrichting geen vanzelfsprekendheid. De 6 rabbijnen binnen de Dienst Geestelijke Verzorging proberen er voor te zorgen dat er binnen de muren zoveel mogelijk plaats is voor traditioneel joods leven.

Organisatie

Gezien het relatief lage aantal gedetineerden met een joodse achtergrond, hebben de rabbijnen meerdere inrichtingen onder hun hoede en reizen zij het hele land door. Aan alle DJI inrichtingen in Nederland is dus een rabbijn verbonden. Het eerste contact ontstaat meestal via het vaste team geestelijke verzorging in de inrichting.

Luisterend oor

De rabbijn besteedt het grootste deel van zijn tijd aan individuele gesprekken met gedetineerden. Tijdens een gesprek kunnen allerlei onderwerpen naar voren komen. Vaak heeft de gedetineerde moeite met zijn verleden. Soms zijn de gesprekken zeer diepgaand. Begrippen als spijt en berouw kunnen een belangrijke rol spelen en worden benaderd vanuit de joodse leer. De rabbijn helpt om samen met zijn cliënt de gebeurtenissen uit diens leven min of meer op een rijtje te zetten. Hopelijk is hij of zij daardoor beter in staat in de toekomst goede keuzes te maken.
Het kan ook zijn dat de belangrijkste reden voor het bezoek het persoonlijke contact is. Het doorbreekt de sleur en biedt de mogelijkheid om te praten met iemand van ‘buiten’. Soms voelt een joodse gedetineerde zich niet begrepen door een mede gedetineerde of het personeel. De rabbijn kan hierbij een bemiddeldende rol spelen. Joodse gedetineerden voelen zich meestal veilig bij de rabbijn omdat de rabbijn dezelfde religieuze en culturele achtergrond heeft.

Gespreksgroepen

Als er in een inrichting meerdere joodse gedetineerden zijn, kan de rabbijn een gespreksgroep organiseren. Deze gesprekken kunnen over tal van onderwerpen gaan. Van de actualiteiten in het nieuws tot joodse rituelen, filosofie en Kabbala (Joodse mystiek).

Gebruiken, rituelen en voorwerpen

Het jodendom speelt een rol in alle facetten van het leven. In detentie kan het lastig of soms zelfs (bijna) onmogelijk zijn om zonder bemiddeling van de rabbijn alle voorschriften na te leven. De rabbijnen zetten zich in om gedetineerden die daar behoefte aan hebben bij te staan in het naleven van de joodse wetten. Zo zijn er voorschriften over kleding en voedsel, over gebeden en feestdagen.
Er zijn ook gedetineerden die weinig weten over hun joodse achtergrond. Indien gewenst kan de rabbijn dan informatie verschaffen en eventueel voor literatuur zorgen. De rabbijn is het eerste aanspreekpunt voor DJI medewerkers bij vragen over joodse gebruiken, rituelen en voorwerpen.

Feest en treurdagen

Bij joodse feest- en treurdagen kan het voorkomen dat een gedetineerde behoefte heeft aan bepaalde voorwerpen of rituelen. Bijvoorbeeld een Hagada (boek) voor Pesach of het opwarmen van de warme maaltijd op een afwijkend tijdstip vóór en na bijvoorbeeld de vastendag Jom Kippoer (Grote Verzoendag).
De rabbijnen zullen rond de verschillende joodse feestdagen proberen zoveel mogelijk joodse gedetineerden te bezoeken. Zij nemen dan de rituele voorwerpen van de betreffende feestdag (zoals de sjofar rond Rosj Hasjana en de loelav met Soekot) mee, zodat zodat het ritueel uitgevoerd kan worden. Met de feestdagen Chanoeka en Poeriem zal de rabbijn proberen een gezamenklijke viering in de inrichting te organiseren. Dit kan echter alleen als er meerdere joodse gedetineerden in de inrichting verblijven.

Koosjer eten

Joodse gedetineerden hebben recht op kosjere maaltijden. Indien een gedetineerde bij het intakegesprek aangeeft kosjer te willen eten, dan zal de inrichting proberen dit zo snel mogelijk te regelen. Er zal contact worden opnemen met een rabbijn. De rabbijn zal vervolgens advies uitbrengen aan de directie van de inrichting. Indien een gedetineerde in een eerdere inrichting op advies van de rabbijn kosjer eten ontving, dan hoort dit bij overplaatsing gecontinueerd te worden. Een nieuwe goedkeurig van de rabbijn is dan niet nodig. Als een gedetineerde pas na langere tijd van verblijf in de inrichting om kosjer voedsel verzoekt, kan met een beslissing hierover worden gewacht totdat de directeur van de inrichting met de rabbijn heeft overlegd over de wenselijkheid om aan het verzoek te voldoen.

Kosjere etenswaren in de kantine en buiten de inrichting

Hoewel een groot deel van het assortiment in de kantines van de inrichtingen niet kosjer is, zijn sommige producten (zoals de meeste frisdranken en natuurlijke pasta’s) dat wel. De rabbijn kan samen met de gedetineerde de kantinelijst doornemen om te bepalen welke producten wel of niet kosjer zijn. Ook kan de rabbijn een kasjroetlijst verzorgen die de gedetineerde kan raadplegen.
Naast het kosjere eten dat door de inrichting wordt verstrekt, heeft een joodse gedetineerde ook het recht om extra kosjere etenswaren aan te schaffen buiten de inrichting. De gedetineerde kan samen met de rabbijn en de directie van de inrichting hierover in overleg treden.

Zending

De rabbijnen zijn gezonden door het Nederlands-Israelitisch Kerkgenootschap, Het Nederlands Verbond voor Progressief Jodendom of het Portugees-Israelitische Kerkgenootschap.