Verhalen uit de praktijk

Ik zou niet met je willen ruilen

Het is vrijdagmiddag 17.00 uur. Ik zit op de teamkamer van de medische dienst op mijn bureaustoel voor me uit te staren. RadioNL staat al de hele middag aan, maar ondanks de opgewekte Nederlandse liedjes, ontstaat er geen lach op mijn gezicht.

Sanne
Beeld: ©DJI / DJI

Drastische maatregelen

Het is het einde van de eerste week “Corona-gekte” op mijn werk. Sinds vrijdag de 13e zijn de ontwikkelingen rondom het coronavirus enorm snel gegaan en zijn er drastische maatregelen genomen voor zowel gedetineerden als personeel om de besmettingskans zo klein mogelijk te maken. Gedetineerden mogen geen bezoek meer ontvangen. Geliefden, kinderen, vrienden.. niemand mag nog naar binnen. Er wordt nog wel gewerkt en gesport door gedetineerden en we doen ons stinkende best om het leven in de gevangenis zo humaan mogelijk te houden, maar het is een pittige situatie voor zowel gedetineerden als personeel.

Onmisbaar

De personele inzet wordt per dag bekeken. We hebben vitale beroepen en zijn in die zin onmisbaar. Met zijn allen tegelijk ziek worden zou een groot probleem worden. Daarom wordt er in de inrichting afgeschaald. Psychologen, psychiaters en huisartsen proberen zaken telefonisch af te handelen. De tandarts en de fysiotherapeut komen niet meer. Op alle vakgebieden wordt gekeken of de bezetting naar het minimum kan. Zo hebben we vanaf volgende week reservediensten. We zijn thuis én bereikbaar. Als het druk is, moeten we komen. Afschalen voelt ergens ook ongemakkelijk. Afdelingspersoneel ervaart alleen maar meer druk door alle onrust en vragen van gedetineerden. Hoge werkdruk en overuren maken vind ik prima, een stapje terugdoen vind ik lastiger.

Onrust

Ondertussen wordt het op de afdelingen onrustiger. Als ik ’s middags de medicatie kom brengen word ik overal aangesproken: ‘Sanne, heb ik Corona? Waar moet ik op letten? Ben ik extra kwetsbaar? We krijgen geen bezoek meer, zitten veel op cel! Kunnen we wel luchten of recreëren met anderen? Hoe gaat het nu verder?’ Zo begrijpelijk! Wat ik normaal fijn vind in mijn werk is dat ik gedetineerden normaal gesproken gerust kan stellen. Ik vertel ze dat ze zich geen zorgen hoeven te maken. Dat het wel mee valt of dat iets zo weer voorbij is.

Zorgen

Maar nu? Nu kan ik niemand geruststellen. Want ook ík maak me zorgen. Wat dat betreft is het in de gevangenis niet anders dan in de rest van Nederland. Wat als de eerste besmetting hier, in deze inrichting, een feit is? Wat als ik zelf ziek word en mijn collega’s ook? Wanneer gaat dit dan voorbij? Dit is nu ons leven. Na je werk hopen dat je nog brood en/of wc-papier kunt kopen. Iets waar ik me werkelijk nog nooit eerder druk over heb gemaakt.

Niet makkelijk

Ik kan mijn familie en vrienden momenteel ook niet zien. Ik doe mee aan ‘social distancing’. Maar wat als je hier al jaren zit? Als je iedere week uitkijkt naar je bezoekmoment. Dat je maar 2 uren per week hebt om het gezicht van je geliefde te bekijken en in gedachten op te slaan. En tóch wordt er door die gedetineerden tegen mij gezegd: ‘Goh, jij hebt het ook niet makkelijk. Iedereen moeten geruststellen, al die vragen en geïrriteerde mensen. Ik zou niet met je willen ruilen.’

Zie ook

Wat doet een justitieel verpleegkundige?