Verhalen uit de praktijk

Gedetineerde vertelt: Ruimte voor herstel

Jodie, humanistisch geestelijk verzorger DJI

Als humanistisch geestelijk verzorger bij DJI heeft Jodie dagelijks gesprekken met gedetineerden. In deze serie vertelt zij hun verhaal. Daarmee geeft ze een inkijkje in het leven van deze mannen, voor en tijdens detentie.

Jodie over haar werk als humanistisch geestelijk verzorger

“Ik weet nu wat ik fout heb gedaan en daar neem ik voor de volle 100% verantwoordelijkheid voor. Ik ben blij dat mijn slachtoffer is gaan praten en aangifte heeft gedaan, omdat hij daarmee erkenning krijgt voor de emotionele ontwrichting die het misbruik heeft aangericht. Het is een geruststelling dat daarmee het verleden, anders dan bij mij, niet gaat gisten. Dat er zo hopelijk ruimte is voor herstel. Want dat is op dit moment een belangrijke doelstelling in mijn leven ook al heb ik daar geen enkele invloed op: hopen dat mijn slachtoffer zijn wonden kan helen en zijn weg vindt in het leven.

Het verhaal achter mijn delict is complex en uit respect voor het slachtoffer wil ik dat dit verhaal niet herleidbaar is. Tegelijkertijd wil ik graag mijn verhaal vertellen, juist omdat zedendelinquenten zowel binnen als buiten de bajes te maken krijgen met keiharde veroordelingen. En als je niet oppast zwaar geweld. Zedenmisdrijven liggen gevoelig omdat ze diepe emotionele wonden slaan en je als mens in je wezen raken. Ik kan daar over mee praten, want opgroeiend in een tijd waar sterke taboes heersten op seksualiteit deed ik ongewenste ervaringen op waar ik me geen raad mee wist. Het waren tijden waarin niet gepraat werd over gevoel of intimiteit en deze ervaringen deden de grenzen vervagen tussen het bieden van gezonde vormen van troost en grensoverschrijdende handelingen.

Het enige wat ik in die tijd kon, was deze ervaringen achter de schutting gooien. Totdat daar zoveel lag dat de schutting bezweek. Therapie heeft me geholpen het verleden onder ogen te zien waardoor ik op den duur haarscherp zag waar het mis heeft kunnen gaan. Waar ik in het verleden dacht dat ik het slachtoffer hielp en voorzag in een behoefde, snap ik nu dat ik als volwassene beter had moeten weten. Tegelijkertijd snap ik ook waarom mijn oordeel van toen vertroebeld is geraakt.

Ondanks dat ik vast zit, voel ik me, ook in deze corona-tijd, vrij, rijk en veilig. Ik ben verlost van de ballast van het verleden, want alles is in de openbaarheid gebracht. Er zijn geen geheimen meer en er is geen gistende ballast achter de schutting. Ik ben door mijn arrestatie veel bezittingen verloren, maar daardoor heb ik ontdekt dat het contact met dierbaren datgene is dat werkelijk van waarde is. De trouw van mensen die me lief zijn en die me ondanks mijn delict blijven steunen, daar ligt echte rijkdom. Tot slot voel ik me veilig, omdat ik, behorend tot een risicocategorie, nergens zo beschermd ben tegen besmettingsgevaar als tussen de vier veilige muren van de gevangenis.”